donderdag

Geloof en liefde


 34 Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. 35 Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.’ 


Dit is een uitspraak van Jezus als Hij zijn discipelen vertelt dat Hij binnenkort niet meer bij hen zal zijn. 
Dit heeft me altijd erg aangesproken: Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn. Niet aan de keuze van de kerk, het gebouw, de ware theologie hebben of op de juiste manier gedoopt zijn, maar aan de liefde voor elkaar. 
Wat ziet iedereen op dit moment? Weinig liefde in ieder geval. Is het niet mogelijk wat Jezus hier zegt? Is het een utopie of een droom? Ik heb in ieder geval wel hulp nodig hierbij. 

Een hoofdstuk verder zegt Jezus dat die hulp ook zal komen: 16 Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn: 17 de Geest van de waarheid. en: 26 Later zal de pleitbezorger, de heilige Geest die de Vader jullie namens mij zal zenden, jullie alles duidelijk maken en alles in herinnering brengen wat ik tegen jullie gezegd heb. (Johannes 14)

Hoe krijg ik liefde voor de ander? Is dat een kwestie van oefenen of jezelf wegcijferen? Alleen maar christenen zoeken die bij mij passen? Een leven lang een enorme strijd voeren tegen mezelf of de ander? Dan zal ik nooit aan die liefde toekomen. Dan houdt religie mij in de greep, terwijl de Bijbel zegt dat ik vrijgekocht ben van zonde:  17 Maar God zij gedankt: u was slaven van de zonde, maar nu gehoorzaamt u van ganser harte de leer waaraan u zich hebt toevertrouwd, 18 en bevrijd van de zonde hebt u zich in dienst gesteld van de gerechtigheid.  (Romeinen 6)
He, ik ben bevrijd van de zonde en mag zo leven, ik hoef me niet suf te werken om goed te zijn, ik mag leven als iemand die uit de doden is opgestaan, die leeft in dienst van God: . Denk aan uzelf als levenden die uit de dood zijn opgewekt en stel uzelf in dienst van God als een werktuig voor de gerechtigheid. (Romeinen 6 vers 13)
Hoe ziet God mij? Hoe kijkt Hij naar mij?  10 Werden we in de tijd dat we nog Gods vijanden waren al met hem verzoend door de dood van zijn Zoon, des te zekerder is het dat wij, nu we met hem zijn verzoend, worden gered door diens leven. 11 En meer nog, dat wij God prijzen danken we aan onze Heer Jezus Christus, door wie we nu al met God zijn verzoend. (Romeinen 5)

Geen vijand meer van God door de dood van Jezus Christus; dat het gebeurd is, is genade, dat ik het weet en geloof, is genade en vanuit die genade mag ik leven. Als het dan een beetje tot me door gaat dringen wat Jezus voor de mensen gedaan heeft en hoeveel God van je houdt, dan besef ik ineens dat ook ik naar de ander ga kijken zoals God naar mij kijkt. God ziet de ander ook zoals Hij mij ziet. Daar kan ik me dan op richten en zien wat God ziet; geen naar en onvolkomen mens, maar volkomen in Hem.

Genade bevrijdt ons en dat verandert onze houding, ook ten opzichte van de ander(e gelovige).

woensdag

Geloven zonder angst





 14 En we hebben zelf gezien waarvan we nu getuigen: dat de Vader zijn Zoon gezonden heeft als redder van de wereld. (1 Joh 1) 


De redding hangt niet af van ons gedrag, je hoeft dus niet iets te doen om je redding mogelijk te maken of in stand te houden. Zonde kan me niet meer veroordelen door het kruis van Christus. Door Zijn offer ben ik bevrijd en hoef ik niet meer te worstelen met veroordeling, schuldgevoelens en het gevoel dat het me weer niet gelukt is. De zekerheid hangt dus niet af van mijn gevoel, maar van wat God in Zijn woord zegt. 


God zit niet te kijken hoe het me steeds maar niet lukt om zondeloos te leven, door Jezus Christus rekent Hij me geen zonde meer aan, mijn redding staat vast:  ‘Gelukkig is de mens wiens onrecht is vergeven, wiens zonden zijn bedekt; gelukkig is de mens wiens zonden de Heer niet telt.’ (Romeinen 4) en:  Maar God bewees ons zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. Des te zekerder is het dus dat wij, nu we door zijn dood zijn vrijgesproken, dankzij hem zullen worden gered en niet veroordeeld.  (Romeinen 5)
Wat een rust geeft het om dat gewoon te geloven en te geloven dat Gods gedachten over mij van vrede zijn. Hij veroordeelt mij niet, maar ziet me als rechtvaardige in Christus. 

Ik mag vrij zijn van alle religieus moeten. Er moet niets meer. Ik hoef niet in het kerkelijk gareel te lopen.  Ik hoef me niet hulpeloos af te vragen wat ik voor God moet doen, maar mag blij zijn met wat Hij voor ons heeft gedaan. Dan kan Hij door mij laten zien wie Hij is. 
Klik voor meer

vrijdag

Gered, waarvan?


Twijfelen is in de christelijke traditie een taboe, heb ik gemerkt. Vragen stellen waar die twijfel uit blijkt is zo mogelijk nog dubieuzer. Ik heb dan ook geleerd in de loop van de jaren om mijn twijfels en vragen maar niet te stellen of zelf het antwoord op te zoeken. Je bent immers gered en hebt houvast aan de kerkelijke of evangelicale zekerheden. Daar kun je gewoon niet aan twijfelen. Dan twijfel je aan je redding. Dat is tevens mijn eerste vraag: Waar ben ik dan van gered?

Ik weet dat je het antwoord het beste kunt zoeken in de Bijbel. En gelukkig ben ik in het bezit van een laptop en een link naar de bijbel-online. Ik toets dan het woord redding in en zie tussen alle teksten met het woord redding DE tekst die me verteld waar ik van gered ben: Kolossenzen 1 vers 13:  Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon,..
Geweldig toch, ik hoor nu bij het rijk van Zijn Zoon Jezus. Gered van de MACHT van de duisternis. Ik ben dus in de vrijheid gesteld. 
Hoe heeft Hij dat gedaan is mijn volgende vraag. Het antwoord staat even verder:
Oorsprong is hij, eerstgeborene van de doden, om in alles de eerste te zijn:19 in hem heeft heel de volheid willen wonen20 en door hem en voor hem alles met zich willen verzoenen, alles op aarde en alles in de hemel, door vrede te brengen met zijn bloed aan het kruis.


Verzoenen? Vrede? Was er dan oorlog, was er vijandschap? Ja, vers 21 Eerst was u van hem vervreemd en was u hem in al het kwaad dat u deed vijandig gezind22 maar nu heeft hij u door de dood van zijn aardse lichaam met zich verzoend om u heilig, zuiver en onberispelijk bij zich te brengen.


ALLES? ...alles met zich willen verzoenen
            ...alles op aarde en
            ...alles in der hemel
            ... het evangelie dat u gehoord hebt en dat aan alle schepselen onder de hemel 
                verkondigd is, 

De verzoening vond dus plaats aan het kruis en op dat moment. 
En het geloof? Dat is een geschenk van God, niet iets van mezelf.
 Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; (Efeze 2)

dinsdag

Redding van de wereld

31 Want de Heer verwerpt niet voor eeuwig.
32 Als hij leed berokkent, ontfermt hij zich ook, zo groot is zijn genade;
33 slechts met tegenzin brengt hij leed en rampspoed over de mensen. (Kl 3)


Deze bijzondere tekst laat zien wie God is. Dat Hij niet uit is op vernietiging van de mens, maar op zijn behoud. Straffen is ook bij mensen nooit eindeloos, je straft een kind zodat het iets ervan zal leren. 
In Joh. 12 vers 47 zegt Jezus:  Ik ben immers niet gekomen om over de wereld te oordelen, maar om de wereld te redden.  
Johannes de doper zei, toen Hij Jezus zag: ‘Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt. De zonde van de wereld wegnemen en gekomen om de wereld te redden is een verzoeningsactie van God. Het gaat van God uit en is voor de wereld. Niet voor een paar exclusieve mensen, maar voor iedereen.
Het staat er heel vaak en ik heb er altijd overheen gelezen. Zo is Johannes 3 vers 16 ongeveer het bekendste bijbelvers en vergeet je wat er na komt in vers 17:  16 Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. 17 God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden.


Ik geloof, omdat ik gered ben. 

vrijdag

Wie is die God?


Als Mozes en Aäron door God naar de Farao in Egypte gestuurd worden, krijgen ze te maken met boosheid, onbegrip en ongeloof. De Farao heeft het volk Israël in zijn macht en is niet van plan het volk te laten gaan. En laat zich ook niet gezeggen door de God van dit volk. Hij ontkent het bestaan van God niet, maar zegt: Wie is die Heer, dat ik Hem zou gehoorzamen? ...ik ken de Heer niet!  (Exodus 5 vers 2) Denk je echt dat jullie God in staat is om mij te laten gehoorzamen?
Ik zie en hoor het overal om me heen, niet eens de ontkenning van Zijn bestaan, maar de ontkenning van wie God de Heer is en men zegt dan: Hij is niet in staat om mij te laten doen wat Hij wil. Ik doe wat ik zelf wil.
Er komt een tijd dat ook de grootste ontkenner en tegenstander zijn knieën zal buigen voor God en zal erkennen dat Hij Heer is.

11 Want er staat geschreven:
(Zo waarachtig als) Ik leef, spreekt de Here: voor Mij zal alle knie zich buigen, en alle tong zal God loven. (Romeinen 14 vers 11)

10 opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, 11 en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God, de Vader! (Filippenzen 2 vers 10, 11)

23 Want Ik heb gezworen bij Mij zelf, waarheid is uit mijn mond uitgegaan, een woord dat niet zal worden herroepen: dat voor Mij elke knie zich zal buigen, dat bij Mij elke tong zal zweren. (Jesaja 45 vers 23)

Gods geschenk; redding en geloof



iedereen praat erover hoe wij door u zijn ontvangen en hoe u zich van de afgoden hebt afgewend om u tot God te keren – om hem, de levende en ware God, te dienen 10 en om zijn Zoon te verwachten uit de hemel: Jezus, die hij uit de dood heeft doen opstaan en die ons zal redden van het komende oordeel. 1 Thessalonicenzen 1
Op de Website Staat Geschreven wordt het volgende geschreven over deze tekst: Dan lees ik de tekst nog een keer en dan haal ik daar vier kernwoorden uit: gastvrijheid, trouw, dienstbaarheid en hoop. Als een gemeente daarin uitblinkt en niet alleen naar binnen, naar de eigen leden, maar vooral naar buiten gaat, dan wordt daarover gepraat. Dat kan niet anders. 
Het trof me, want dit is nu net waar ik zo vaak over denk en wat ik steeds terug vind als ik de bijbel lees. En zijn dit nu niet net de eigenschappen van God: gastvrij, trouw, dienstbaar en hoopgevend? En is dat het niet waar het in de bijbel steeds weer om gaat?
Hoe werkt dat dan en waarom voelt het zo moeilijk? Is het omdat ik liever iets voor mezelf doe dan voor God, moet ik er meer bij nadenken of juist helemaal niet?


In Efeze 2 staat:  Door zijn genade bent u nu immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God en geen gevolg van uw daden, dus niemand kan zich erop laten voorstaan. 10 Want hij heeft ons gemaakt tot wat wij nu zijn: in Christus Jezus geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God heeft voorbereid.


Alles is genade, als ik het zo lees, zelfs het geloof is een geschenk van God. Het geloof is dus niet de reden dat ik ben gered. Zowel de redding als het geloof komen van God. Dat is mooi, dan hoef ik dus niet keihard m'n best te doen de redding te bewerkstelligen of om het God naar de zin te maken. Ik kan dat niet eens. 
En die goede daden dan? Dan moet dat ook van God komen. 
Ik hoef dus geen goede werken voor God te doen, maar het gaat erom dat Gods werk in mij zichtbaar wordt. Dat God zichtbaar wordt in mijn leven. God kan iets moois van mijn leven maken tot eer van Hem. Dat is een opluchting en geeft rust. 

13 want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt.  Filippenzen 2

dinsdag

Mauro, vreemdeling in Nederland?


Mauro is tegen wil en dank het symbool geworden van jonge asielzoekers die als kind door hun familie op het vliegtuig zijn gezet naar Nederland. In de hoop op een beter leven voor hun kind. In ieder geval in zeker weten dat Nederland gebonden is aan de afspraak om kinderen onder de 18 te verzorgen.
De ouders hebben er waarschijnlijk niet bij stil gestaan wat dit afstand doen voor hun kind betekende: eenzaamheid, angst, zich afgedankt voelen en in de steek gelaten weten. 
 Nu hij 18 is wordt hij ineens als volwassen vluchteling behandeld en moet hij het land verlaten. Hij kent zijn moedertaal niet meer, is vervreemd van zijn familie of volksgenoten en helemaal Nederlands geworden. Nu is politiek niet mijn ding, maar ik trek me zijn lot wel aan. Vraag me dan ook af wat de Bijbel over deze dingen zegt: hoe ga je om met vreemdelingen, hoe behandel je hen en is het goed om voor hem in de bres te staan of hoeft zijn lot ons niet te interesseren?

In mijn zoektocht door de Bijbel kwam ik verschillende dingen tegen, heel bijzondere dingen. Israël kreeg zelfs verschillende wetten over hoe ze met de vreemdelingen in hun land om moesten gaan.

* Vreemdelingen moesten goed behandeld worden, net zo als je eigen broeder, geen onderscheid: Leviticus 19 34 Als een onder u geboren Israëliet zal u de vreemdeling gelden, die bij u vertoeft; gij zult hem liefhebben als uzelf, want gij zijt vreemdeling geweest in het land Egypte: Ik ben de HERE, uw God.

* Ook de Sabbath (dag van rust) was er voor de vreemdeling: Deuteronomium 5 14 maar de zevende dag is de sabbat van de HERE, uw God; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw rund, noch uw ezel, noch uw overige vee, noch de vreemdeling die in uw steden woont, opdat uw dienstknecht en uw dienstmaagd rusten zoals gij; 

.* Men moest rekening houden met de gemoedstoestand van de vreemdeling: Exodus 22 21 Een vreemdeling zult gij niet onderdrukken, noch hem benauwen, want gij zijt vreemdelingen geweest in het land Egypte. 
Exodus 23 De vreemdeling zult gij niet benauwen, want gij kent de gemoedsgesteldheid van de vreemdeling, omdat gij vreemdelingen zijt geweest in het land Egypte

* Men moest zorgen dat de vreemdeling te eten kreeg: Leviticus 23 22 Wanneer gij de oogst van uw land binnenhaalt, dan zult gij de rand van uw veld bij uw oogst niet geheel afmaaien, en wat van uw oogst is blijven liggen, zult gij niet oplezen; dat zult gij voor de arme en de vreemdeling laten liggen: Ik ben de HERE, uw God.

* Dezelfde rechten golden voor eigen volk en de vreemdeling: Exodus 12 49 Eénzelfde wet zal gelden voor de geboren Israëliet en voor de vreemdeling, die in uw midden vertoeft.
Leviticus 24 22 Enerlei recht zult gij hebben; de vreemdeling zij gelijk de geboren Israëliet, want Ik ben de HERE, uw God.
Numeri 15 15 wat de gemeente betreft, éénzelfde inzetting zal gelden zowel voor u als voor de vreemdeling die bij u vertoeft; een altoosdurende inzetting zal het zijn voor uw geslachten: gij en de vreemdeling zullen voor de HERE gelijk zijn.

In het evangelie naar Mattheüs, waar Jezus het oordeel over de volken beschrijft, wordt er gekeken naar de landen hoe ze met de medemens omgaan, wees, weduwe EN vreemdeling: Mattheüs 25  35 Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij gehuisvest, 36 naakt en gij hebt Mij gekleed, ziek en gij hebt Mij bezocht; Ik ben in de gevangenis geweest en gij zijt tot Mij gekomen.

Hoe moeten we met deze jongen (en vele anderen) omgaan? Hoe kijk ik naar hem? Hoe kijkt Jezus naar hem? Als ik de genoemde teksten lees en zie hoe zorgvuldig God met mensen omgaat dat Hij zelfs wetten heeft gegeven aan Israël zodat de vreemdeling bescherming zou genieten en dezelfde rechten zou hebben als Zijn volk, dan zie ik dat het hier heel anders gaat. 

zaterdag

Geloven en vertrouwen


Het Griekse woord "pistis" betekent onder anderen geloof, trouw, betrouwbaarheid. De basis van het geloof in God is wie Hij is. Hij is betrouwbaar, trouw, je kunt op Hem aan, je kunt zijn Woord voor waar houden en van zijn trouw en goedheid overtuigd zijn. 
Ten diepste is het geloof dat je je volledig aan God toevertrouwt, dat je  Hem op zijn Woord neemt en op zijn beloften vertrouwt. Geloof is een genadegift van God Zelf. In Efeze 2 vers 8 en 9:  Want door de genade zijn jullie geredden, door geloof en dat niet uit jullie zelf; het is het naderingsgeschenk van God, [Joh. 4:10] 
niet uit werken, opdat niemand zou roemen*[2Tim. 1:9] - [1Kor. 1:29] 

woensdag

Leedvermaak



Als andere mensen iets meemaken hebben we vaak al snel ons oordeel klaar: Hij zal wel iets fout hebben  gedaan, anders was dit niet gebeurd. Ook christenen kunnen zo denken: Wat jou overkomt is een gebrek aan geloof; een gebrek aan gehoorzaamheid. God kan zeker niet verder met jou. 
Het lijkt er soms zelfs op dat ze blij zijn met het leed dat de ander overkomt, want het bevestigt hun manier van bijbellezen en interpreteren. Het maakt dat ze zichzelf beter gaan voelen. 


Ook in de Bijbel herken ik leedvermaak en opluchting als de ander iets overkomt.


Jona hoopte ook op de vernietiging van anderen. Als hij de opdracht van God krijgt om de mensen in Nineve te waarschuwen voor het oordeel van God over hun ten hemel schreiende gedrag, denkt Jona: Ik ga er van door, laat dat oordeel maar komen, ze hebben het er zelf naar gemaakt. Hij vlucht de andere richting op. Als God de boot waarmee hij vlucht door een storm bijna ten onder laat gaan, gaat hij nog een stap verder: hij laat zich door de zeelui overboord gooien. Hij weet dat hij dan zal verdrinken, maar in ieder geval krijgen die mensen uit Nineve dan hun welverdiende straf. 
Maar God is groter dan de Jona en weet hem te redden door een grote vis, die Hem na 3 dagen en nachten op het land spuugt. 
Dan gaat Jona naar Nineve en schreeuwt drie dagen lang dat Nineve over 40 dagen weggevaagd zal worden. Zo te horen interesseert het  Jona weinig. Maar de mensen in Nineve worden door de koning opgeroepen om God aan te roepen en een nieuw leven te gaan leiden:  Iedereen, mens en dier, moet zich hullen in een boetekleed en luidkeels God aanroepen. Laat iedereen anders gaan leven en breken met het onrecht dat hij doet. Misschien dat God van gedachten verandert en op zijn besluit terugkomt; wie weet zal hij zijn woede laten varen, zodat wij niet te gronde gaan.’  (Jona 3 vers 8 en 9)


Het opvallende is dat ze niet alleen aan God vragen het niet te doen, maar ook een ander leven gaan leiden en met het onrecht te breken. In dit gedeelte zie je ook wie God is: Toen God zag dat zij inderdaad anders begonnen te leven, kwam hij terug op wat hij gedreigd had hun aan te doen, en hij deed het niet. (Jona 3 vers 10)
Jona wordt hier woedend over, hij zat net lekker op een afstand om het spektakel van de verwoesting van al die mensen te gaan bekijken, hij verheugde zich er zo op, had al een kratje bier, zakken chips en pinda's ingekocht. Hij zat eerste rang! Dit wilde hij niet missen: de veroordeling van de ongelovigen!!


Maar hij is boos, want hij kent God:  Ik wist het wel: u bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid. (Jona 4 vers 1) Dit pleziertje gaat aan zijn neus voorbij, omdat God liefdevol is en tot vergeving bereid, ook voor de mensen uit Nineve!
Jona vindt het terecht dat hij zo boos is, maar God laat zien dat Hij van zijn schepping houdt: zou ik dan geen verdriet hebben om Nineve, die grote stad, waar meer dan honderdtwintigduizend mensen wonen die het verschil tussen links en rechts niet eens kennen, en dan nog al die dieren?’ (Jona 4 vers 11)


Ook Jezus laat zien dat Hij weet hoe de mens denkt en oordeelt over de ander: In de gelijkenis van de verloren zoon laat Jezus niet alleen de zorg van God zien over zoveel mensen die maar dwalen en doen wat ze zelf willen en Zijn zoeken naar het verlorene en blijdschap als Hij hem heeft gevonden:  Laten we eten en feestvieren, want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren. (Lucas 15 vers 23) 
Maar ook de woede en minachting van de broer die er altijd al was en meende te leven zoals zijn vader dat wilde: Hij zei tegen zijn vader: “Al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Maar nu die zoon van u is thuisgekomen die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.” 

Gods genade is openbaar geworden tot redding van alle mensen. (Titus 2 vers 11)





vrijdag

Crack O' Dawn Report: Eternal Torment Believers Are Nuts




31 Want de Heer verwerpt niet voor eeuwig.
32 Als hij leed berokkent, ontfermt hij zich ook, zo groot is zijn genade;
33 slechts met tegenzin brengt hij leed en rampspoed over de mensen.
Klaagliederen 3

donderdag

Brandhout voor de hel?



Brandhout voor de hel, ik hoor het de voorganger nog zeggen: kinderen die in geloof zijn opgevoed en later de Heer de rug toe keren zijn brandhout voor de hel. Ik weet nog waar ik zat, mijn mond openviel van verbijstering en ongeloof. Ik had hem willen tegenspreken, maar er gebeurde niets. Ik wenste dat de bliksem insloeg in het schoolgebouw waar we zaten, maar er gebeurde niets. Dit werd gezegd in een Evangelische Gemeente, waar men ook preekte over de liefde van God voor zondaren. Ik begreep er niets van en het gaf me weinig hoop. Zelf hadden we de kinderen nog onder de 10 jaar, maar ik ben realistisch genoeg om te erkennen dat kinderen hun eigen weg kunnen gaan en God de rug kunnen toekeren. Niet lang na deze onheilsprediker moesten we de gemeente verlaten om een andere reden. 

Een aantal jaren later bezoeken we in een Evangelisch centrum een Gezinsweekend. Met een groot pleeggezin leek het ons heerlijk om naar zo'n weekend te gaan. Dat was het ook. Veel gesprekken met andere ouders gehad, samen gezongen en geluisterd naar de weekendleider. De studie ging over geloofsoverdracht, een wat ouderwets woord, maar actueel genoeg met al die kinderen. Ook hij zei iets wat me schokte:...en als je kinderen de Heer niet aanvaarden als hun Verlosser is dat de schuld van jullie, de ouders....( en dat ze dan dus brandhout  voor de hel zijn,,,de schuld van de ouders...)
Ook die zin kwam hard binnen, ik hoorde iemand luid schrikken. Iedereen keek verbijsterd. Iemand vroeg of hij het misschien verkeerd begrepen had: Je bedoelde toch niet dat ouders de schuldige zijn van het ongeloof van hun kind? Dat bedoelde hij wel. De stemming daalde naar een soort vrieskou. Niemand lachte meer. De avond ervoor was gezellig geëindigd met drinken en wat lekkers, maar nu scheen iedereen naar hun kamer te willen. Ik keek de vrouw aan die overdag het kinderwerk deed met vol enthousiasme. Die middag had ze me verdrietig verteld dat ze twee kinderen had die niets meer met God te maken wilden hebben. Nu had een onheilsprofeet keihard beweerd dat dat haar schuld was. Ze zat in tranen. De volgende morgen hoorden we dat zij en haar man naar huis waren gegaan, ze had zware migraine. Geen wonder!
Hoe hard kunnen sommige mensen die het denken te weten zijn.
Ook dit moment staat in mijn herinnering gegrift en elke keer als ik de naam van deze man hoor of lees dan hoor ik het hem weer zeggen. Toch had hij ook heel veel goede dingen gezegd, maar die weet ik niet meer. 

Gek dat de Bijbel het nergens heeft over eeuwig branden in de hel. Het woord hel komt niet eens voor in de Bijbel. Alleen de woorden Gehenna en Hades. 
Gehenna is een vallei aan de Zuidwest kant van Jeruzalem, waar de Joden een vuilnisplaats van hadden gemaakt. Het is niet eens groot, maar ongeveer 750 bij 60 meter. 
Het tweede woord is Hades en betekent dodenrijk, ongeziene. Gewoon het graf dus. 



Ook het idee dat een mens verantwoordelijk is voor de redding van een ander mens kom ik in de Bijbel niet tegen. Het klinkt zelfs arrogant. Ik lees dat de mens verloren is en dat God die mens zoekt tot Hij hem gevonden heeft. Lukas 15 vers 4:  ‘Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft? En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders en gaat hij naar huis.  

Romeinen 11 vers 32:  32 Want God heeft ieder mens uitgeleverd aan de ongehoorzaamheid, opdat hij voor ieder mens barmhartig kan zijn.

zaterdag

Genade en redding voor alle mensen



 22 Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt. (1 Korinthiërs 15 vers 22)


 18 Kortom, zoals de overtreding van één enkel mens ertoe heeft geleid dat allen werden veroordeeld, zo zal de rechtvaardigheid van één enkel mens ertoe leiden dat allen worden vrijgesproken en daardoor zullen leven.  (Romeinen 5 vers 18)


 10 Hiervoor zwoegen en strijden wij, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die de redder is van alle mensen, bovenal van de gelovigen. (1Timotheüs 4 vers 10)


 Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, 10 opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde,11 en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader. (Filippenzen 2 vers 10, 11)



woensdag

De vrouw in de Bijbel

De Bijbel een heeft bij veel mensen een slechte reputatie als het gaat om vrouwen. Meestal neemt de vrouw  een ondergeschikte positie in en dat is iets wat in deze tijd echt niet kan. Is dat eigenlijk wel zo of is dat dan wel de bedoeling of is dat de tijd, waarin de meeste bijbelboeken geschreven zijn? Er staat namelijk ook een hoofdstuk in de Bijbel, dat een heel positief beeld van de vrouw schetst. En als je dit hoofdstuk zou lezen zonder te weten dat het uit de Bijbel komt, zou je dat echt niet geloven.  Dat is Spreuken 31. 

De vrouw in Spreuken 31


In Spreuken 31 gaat het over de deugdzame vrouw. Het woord deugdzaam zegt ons weinig en is een ouderwets Nederlands woord. De vertaling van het oorspronkelijke Hebreeuwse woord is verrassend: het betekent kracht, macht, efficiënt, rijkdom en leger. Deze woorden worden in de kerken absoluut niet in verband gebracht als men het heeft over vrouwen, maar zijn eerder woorden die betrekking hebben op een man.
 Hier volgt Spreuken 31: Loflied op de sterke vrouw
10 Een sterke vrouw, wie zal haar vinden?
Zij is meer waard dan edelstenen.
11 Haar man vertrouwt op haar
en zal daar rijkelijk bij winnen.
12 Ze brengt hem voorspoed, geen ellende,
alle dagen van haar leven.
13 Ze zoekt wol en linnen uit,
en spint en weeft met vreugde.
14 Zoals een koopmansschip naar verre streken vaart,
zo haalt zij van verre wat ze nodig heeft.
15 Ze staat al op als het nog donker is,
regelt het werk in huis, draagt haar slavinnen taken op.
16 Als zij haar zinnen op een akker zet, koopt ze hem,
van wat ze heeft verdiend, plant ze een wijngaard.
17 Zij is vol daadkracht,
onvermoeibaar is ze in de weer.
18 Handeldrijven gaat haar heel goed af,
’s nachts gaat haar lamp niet uit.
19 Haar handen zijn voortdurend aan het spinrok,
ze houdt altijd de weefspoel vast.
20 Haar handen strekt zij uit naar de behoeftigen,
ze geeft de armen hulp.
21 Niemand in haar huis hoeft sneeuw te vrezen,
zij heeft hen allen warm gekleed.
22 Ze maakt de mooiste dekens,
ze gaat gekleed in linnen en purperen wol.
23 Haar man geniet bekendheid in de stad,
hij vergadert met de oudsten in de poort.
24 Zij vervaardigt kleding en gordels,
en levert die aan kooplui.
25 Uit haar verschijning spreken kracht en waardigheid,
de dag van morgen ziet ze lachend tegemoet.
26 Ze spreekt wijze woorden,
wat ze zegt, zijn liefdevolle lessen.
27 Ze waakt over haar huishouding,
nietsdoen is haar onbekend.
28 Haar kinderen prijzen haar,
haar man bejubelt haar:
29 ‘Er zijn veel sterke vrouwen,
maar jij overtreft ze allemaal.’

30 Charme is bedrieglijk en schoonheid vergaat,
maar een vrouw met ontzag voor de HEER moet worden geprezen.
31 Moge zij de vruchten plukken van haar werk,
mogen haar daden worden geprezen in de poorten.

Een vrouw naar Gods hart


Wat je ziet als je dit bijbelgedeelte leest is een vrouw, die actief is, de leiding neemt, koopt en verkoopt, creatief is en haar man ondersteunt in zijn werk. Absoluut geen onderdanig type, wiens enige recht het aanrecht is. Hoe doet ze dat?
  • Ze is bevoegd om te handelen, beslissingen te nemen en heeft zelfs de leiding. Ze is absoluut niet het type slachtoffer of huissloofje.  Als je dit leest is ze een gehuwde vrouw, maar ze zou ook single kunnen zijn. Haar omstandigheden hebben geen invloed op haar keuzes. Onder christenvrouwen hoor je vaak de klacht: Ik zou graag dit of dat doen, maar mijn man...en dan volgen een aantal redenen, waaruit blijkt dat er redenen genoeg zijn om alleen maar: de vrouw van.... te mogen zijn. En verder dus geen enkele invloed te hebben op het leven van hem.  In dit bijbelgedeelte gaat het niet over het inkomen van de man, er wordt geen melding gemaakt van het uiterlijk van de vrouw of  van haar achtergrond. Ze wordt gewaardeerd om wie ze is.
  • Ze verrijkt het leven van de ander. In vers 11 en 12 staat: Haar man vertrouwt op haar, en zal daar rijkelijk bij winnen. Ze brengt hem voorspoed, geen ellende, alle dagen van haar leven. Ze is dus in staat hem als man succesvol te maken door echt achter hem te staan. Dat is dus wel heel wat meer dan alleen maar: de vrouw van hem. Het lijkt er in dit gedeelte zelfs op dat hij deze hoge functie had, -- in de poorten leidden de mannen de stad en werd er recht gesproken -- omdat zijn vrouw thuis alles zo goed op orde had en een heel bedrijf leidde.
  • Ze staat onder Gods leiding. In Spreuken 31 bereikt de vrouw veel door Gods kracht. Voor mij is ze een bijzondere vrouw, om na te volgen. Ze had werknemers, ze plande haar agenda om geen tijd te verknoeien, ze was bevoegd in onroerend goed, ze vond haar gezondheid en dat van haar familieleden belangrijk, ze lette op de koopjes als ze winkelde, ze was creatief, had geen burn-out, ze vreesde God en daarom was ze in staat veel voor anderen te betekenen en was ze niet bang voor de toekomst. 

vrijdag

God heeft het laatste woord


Niet uit het oosten, niet uit het westen,
niet uit de woestijn komt verheffing,
het is God die rechtspreekt

Dit is een gedeelte uit Psalm 75 die ik vanmorgen las. In deze psalm waarschuwt God de mens om niet zo hooghartig te zijn en te doen alsof de mens alles zelf voor het zeggen heeft. Veel mensen die aan de macht zijn leven zonder God en als ze over Hem spreken dan doen ze dat op een manier alsof hij niet bestaat. Ze gaan hun eigen gang, maken wetten die vernietigend zijn voor de bevolking en houden geen rekening met Hem. Ook moest ik denken aan de enorme onrust in de wereld die best beangstigend is; de onrust in het Midden-Oosten en de reactie van het westen hierop. We doen vaak alsof we alles in de hand hebben en of we bepalen wie goed is en wie slecht. Dat dit een misrekening is blijkt wel als je de Bijbel leest; het is God die het laatste woord heeft. 

Dit stukje uit Psalm 75 is duidelijk, ik vind het ook wel een belofte. Als ik het vrij vertaal dan staat er: niet de landen in het Oosten hebben het voor het zeggen; ook Europa heeft het niet voor het zeggen en zelfs de landen waar de olie zit hebben niet het laatste woord, maar het is God die recht spreekt.
Het geeft me rust voor de toekomst, God houdt alles in de hand, ook de geschiedenis. Hij heeft het voor het zeggen.

zaterdag

Vogels en gist



Tijdens het zaaien viel een deel van het zaad op de weg, en er kwamen vogels die het opaten. 
Dit is een vers uit Mattheüs 13, waar Jezus een gelijkenis vertelt aan de mensen. De gelijkenis gaat over het koninkrijk der hemelen. Later legt Hij het verhaal uit aan de discipelen. Hij zegt dan over de vogels die het zaad dat op de weg terecht is gekomen, opeten: 19 bij ieder die het woord van het koninkrijk hoort maar het niet begrijpt, komt hij die het kwaad zelf is en rooft wat hun in het hart is gezaaid; bij hen is op de weg gezaaid. 
De vogels worden dus het kwaad zelf genoemd, of in een andere vertaling: de boze.


Even later volgt een andere gelijkenis over het koninkrijk der hemelen: die is als een mosterdzaadje, een heel klein zaadje maar:
32 Het is weliswaar het kleinste van alle zaden, maar het groeit uit tot de grootste onder de planten. Het wordt een struik, en de vogels van de hemel komen nestelen in de takken.’


Daar heb je die vogels weer, ze komen nestelen in de takken. Om consequent te blijven, gaat het hier dan ook over de boze, die zich gaat nestelen in het koninkrijk der hemelen. Als vogels zich gaan nestelen voelen ze zich thuis en zijn ze zeker niet van plan om weg te gaan. 
Dan is dit een negatieve gelijkenis, ook al proberen veel uitleggers hier iets positiefs van te maken. Ik heb verschillende sites bekeken met uitleg hierover. 
In deze gelijkenis is dan m.i. sprake van infiltratie van de boze in het koninkrijk der hemelen. Dat verbaast me niet, want daar staat de Bijbel vol van. 


Zuurdesem


Dan volgt de gelijkenis van de vrouw en het zuurdesem: 33 Hij vertelde hun een andere gelijkenis: ‘Het koninkrijk van de hemel lijkt op zuurdesem die door een vrouw met drie zakken meel werd vermengd tot alle meel doordesemd was.’  
Ook deze gelijkenis wordt vaak positief uitgelegd, alsof het koninkrijk zich overal doorheen een weg zal banen. Maar als je verder kijkt wat er in andere bijbelgedeelten bedoeld wordt met zuurdesem dan is dat altijd: het slechte. Het is iets dat je weg moet doen uit je leven. De Joden moesten met Pasen ongezuurde broden eten bij het offerlam:  Op de veertiende dag van de eerste maand wordt ter ere van de HEER het pesachoffer bereid, in de avondschemer. En op de vijftiende dag van die maand begint ter ere van de HEER het feest van het Ongedesemde brood: zeven dagen lang moeten jullie dan ongedesemd brood eten.


In de brief aan de Korinthiërs haalt Paulus dit aan in verband met zonde in de gemeente en laat zien dat zuurdesem een teken van bederf en het kwaad is: U hebt geen enkele reden om zo zelfvoldaan te zijn. Weet u niet dat al een beetje desem het hele deeg zuur maakt? Doe de oude desem weg en wees als nieuw deeg. U bent immers als ongedesemd brood omdat ons pesachlam, Christus, is geslacht. Laten we daarom het feest niet vieren met de oude desem van kwaad en ontucht, maar met het ongedesemde brood van reinheid en waarheid.


De gelijkenis van het zuurdesem in het brood is dan ook negatief bedoeld, meer als waarschuwing misschien. Het is de bedoeling dat je God blijft volgen en Zijn waarheid. In de brief aan de Galaten gebruikt Paulus hierover ook het voorbeeld van bederf:  Bedenk goed: Al een beetje desem maakt het hele deeg zuur. 


donderdag

Ekklesia

Als Paulus in zijn brieven echter spreekt van de ekklesia dan heeft hij het over ”het lichaam van Christus”  Ef.5:23; Kol.1:18, 24,

In het kerkelijk jargon hoort van vaak spreken van ”de universele gemeente” en “de plaatselijke gemeente”. Gaat het om nog kleinere kringen dan heeft men het vaak over “huisgemeenten”. Maar de Bijbel maakt deze onderscheidingen nergens!

De Bijbel kent namelijk niet zoiets als een ‘plaatstelijke gemeente’. Paulus schreef geen brief aan de ekklesia VAN Korinthe. Nee, hij richtte de brief aan “de ekklesia… IN Korinthe” . Het is de ene ekklesia (“het lichaam van Christus”) 1Kor.1:2; 2Kor.1:2

Uit: http://goedbericht.nl/blog2/?p=406

Door alle soorten kerken en gemeentes zie je dit bijna niet meer. Je ziet alleen de verschillen. Dat zou niet zo moeten zijn, want nu laten we als christen niet Gods liefde zien, maar heel wat anders.

...en zij stonden in de gunst bij het gehele volk



In een vorig artikel ontdekte ik dat de eerste gemeente heel anders met elkaar omging dan wij gewend zijn.  Als je Handelingen 2 leest wordt dat duidelijk:


 44 Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. 45 Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. 46 Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. 47 Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.


Wat het meest opvalt is de bereidheid van hen om hun bezittingen te verkopen en het geld in te zetten voor de christenen die het nodig hadden. Verder vind ik het heel bijzonder dat ze bij elkaar thuis kwamen om... te eten. Op deze manier deel je het voedsel, maar ook gezelligheid en warmte. Dit gebeurde dagelijks en in harmonie, want het viel de mensen op. Er werd op een positieve manier over gepraat.
Deze gezamenlijke maaltijden komen nog een paar keer terug in de bijbel, maar dan op een negatievere manier en moet Paulus hen corrigeren. Niet om te zeggen dat ze maar niet meer bij elkaar feestmaaltijden moeten houden, maar dat het op een goede en nuttige manier en niet op een schadelijke manier. Zoals in de gemeente van Corinthe (hoofdstuk 11): 21 Van wat u hebt meegebracht eet u alleen zelf, zodat de een honger heeft en de ander dronken is. 22 Hebt u soms geen eigen huis waar u kunt eten en drinken? Of veracht u de gemeente van God en wilt u de armen onder u vernederen? 
Kennelijk waren de christenen al vergeten dat het gaat om de zorg voor elkaar. Als de rijken niet willen wachten op de armen en zich tegoed doen aan het eten en de wijn en niets over houden voor de armen, zet de de armen voor schut. Men achtte hen minder dan zichzelf, terwijl iedereen lid van het lichaam van Christus was. En de een is niet meer waard voor God dan de ander. 
Ook in de brief van Judas is sprake van de gezamenlijke maaltijden die christenen bij elkaar hielden. 12 Ze zijn een schandvlek op uw liefdemaaltijden: ze doen zich schaamteloos te goed en zorgen alleen voor zichzelf. 
Hoewel het hier om een andere situatie gaat, is het duidelijk dat christenen bij elkaar thuis komen en eten met elkaar, liefdemaaltijden of feestmaaltijden. 
Eigenlijk wordt met deze maaltijden de gezinssituatie weergegeven; we zijn immers ook broeders en zusters van elkaar. Niemand staat boven de ander. En het heft ook de eenzaamheid op van alleenstaanden en ouderen. Het mogen feestmaaltijden zijn, maar Paulus waarschuwt voor braspartijen. De ongelovigen zien het immers en zullen zich afvragen wat er gaande is bij die christenen. 
Ik heb het verlangen om in mijn buurt christenen op te roepen om op deze manier met elkaar om te gaan, op deze manier te laten zien wie God is en dat Hij van mensen houdt.

zaterdag

Een gevende God



Psalm 10
14 Toch ziet u de pijn en het verdriet,
u merkt het op en weegt het in uw hand.
Op u vertrouwen weerloze mensen,
de wezen, u komt hun te hulp.
Ze was een wanhopige vrouw, weduwe met twee kinderen. Haar man was overleden en liet haar met de schulden zitten. Ze had geprobeerd om haar problemen op te lossen. Op alle mogelijke manieren. Maar nu had ze niets meer, zelfs geen eten meer voor haar jongens. Ze vreesde het ergste.
En op een dag werd haar grootste angst werkelijkheid: de deurwaarder stond op de stoep en eiste zo spoedig mogelijk de rest van het geld. Zou hij dat niet krijgen dan zou hij haar jongens ophalen, zodat die als slaaf konden dienen, tot alles betaald was.
In haar wanhoop rent ze naar he huis van Elia, de profeet, man van God. Ze stort haar hart uit bij hem en vraagt hem om hulp.
Elia stelt een vraag die ze niet had verwacht: Wat heb je in huis? Nou, niets meer, nog een klein beetje olie, dat is alles. Dan geeft Elia haar een opdracht, die vreemd klinkt: Ga naar je buren en andere mensen uit je dorp, vraag om kruiken en kannen, potten en pannen, niet een paar, maar zoveel mogelijk. Verzamel ze in je huis en ga naar binnen met je zonen. Doe de deur achter je dict en ga al die potten vullen met de olie die je nog hebt.
Wetende dat er te weinig olie was om maar zelfs maar 1 kruik te vullen, gaat ze toch aan de slag en verzamelt alles waar maar iets in kan. Dan gaat ze met haar jongens naar binnen en sluit de deur. Ze begint de eerste kruik te vullen met olie en laat de andere kruiken en pannen bij haar brengen. De volle kruiken worden weggezet door de ene zoon en de andere zoon brengt haar de volgende. Zo blijft ze vullen. Op een gegeven moment is alles vol en als ze vraagt om de volgende kruik, zegt haar zoon: Alles is vol, mam. Dan stopt de olie met stromen.
Vol verbazing ziet ze wat er is gebeurd en vervolgens rent ze in verwarring naar Elia en vertelt hem wat ze net heeft meegemaakt. Elia zegt dan: Verkoop de olie en betaal je schuldeisers en van wat er over is kun je verder leven met je zonen.
Wat zal ze die nacht goed geslapen hebben: ze had een God die om haar gaf, die haar problemen had gezien en zich over haar en haar kinderen had bekommerd.
Hij had haar gegeven wat ze nodig had en nog meer. God geeft en geeft en geeft.
Je krijgt niet wat je verdient, je krijgt veel meer. God is geen boekhouder, Hij heeft een gat in Zijn hand! (uit: Jutten, Reinier Sonneveld)
Psalm 72 vers 12 en 13:
        Hij zal bevrijden wie arm is en om hulp roept,
wie zwak is en geen helper heeft.
Hij ontfermt zich over weerlozen en armen,
wie arm is, redt hij het leven.