dinsdag

Jona en genade

Ik werd, nadat ik Rom 5:18 en 19 letterlijk ging geloven, enorm getroffen door het simpele verhaal van Jona. Het feit dat God om deze mensen geeft en zegt: zou ik dan geen verdriet hebben om Nineve, die grote stad, waar meer dan honderdtwintigduizend mensen wonen die het verschil tussen links en rechts niet eens kennen, en dan nog al die dieren?’ Maar ook de reactie van Jona, die me ineens zo bekend voor kwam: Ik wist het wel: u bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid. Laat mij maar sterven, HEER: ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven. Nee, geen zondagschoolverhaal, maar meer 1 van de bijbelgedeelten die over genade spreken.

maandag

Uit de kerk komen...


Ik ben opgegroeid in de georganiseerde kerk. Ons gezin is veel gewisseld van kerk, maar het bleef georganiseerd. De meeste van onze vrienden zijn ook nog lid van een van de kerken. Wij zijn een paar jaar geleden van de ene op de andere zondag gestopt met het naar de dienst gaan. Daaraan vooraf gingen moeizame jaren van studie, vragen stellen en nog eens vragen stellen. Wat meestal niet werd gewaardeerd door de voorgangers, oudsten en kerkleden.

Jaar in jaar uit, wekelijks luisteren naar iemand die mij ging vertellen wat God bedoelde, wat God van je wilde en hoe je je als christen te gedragen had, gaf geen voldoening, geen rust, geen vrede en geen gemeenschap met andere gelovigen.
Hoeveel gemeenschap krijg je als je wekelijks naar de achterkanten van hoofden zit te kijken? Het meeste contact is dan nog als je de voorganger de hand schudt.

Als gelovigen bij elkaar komen, dan heeft iedereen iets te zeggen. (1 Korinthiers 14 vers 26) Wanneer u samenkomt draagt iedereen wel iets bij: een lied, een onderwijzing, een openbaring, een uiting in klanktaal. Laat alles tot opbouw van de ander zijn.
 De bijbel spreekt niet over: naar de kerk gaan, maar, maar zegt dat we de tempel van de Heilige Geest zijn:. (1 Korinthiers 6 vers 19)

Dan komen er de vragen van je groter wordende kinderen, hun inzichten in de onechtheid van zoveel dingen in de kerk, ook van zoveel mensen. De veroordelingen over die gelovigen naar elkaar toe hebben, omdat je niet helemaal gelooft wat de kerk waar je naar toe gaat, leert.

Dan is het op en blijft over: een liefdevolle God, die je de rust geeft, die van je houdt, ondanks alles.