donderdag

Geloof en liefde


 34 Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. 35 Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.’ 


Dit is een uitspraak van Jezus als Hij zijn discipelen vertelt dat Hij binnenkort niet meer bij hen zal zijn. 
Dit heeft me altijd erg aangesproken: Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn. Niet aan de keuze van de kerk, het gebouw, de ware theologie hebben of op de juiste manier gedoopt zijn, maar aan de liefde voor elkaar. 
Wat ziet iedereen op dit moment? Weinig liefde in ieder geval. Is het niet mogelijk wat Jezus hier zegt? Is het een utopie of een droom? Ik heb in ieder geval wel hulp nodig hierbij. 

Een hoofdstuk verder zegt Jezus dat die hulp ook zal komen: 16 Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn: 17 de Geest van de waarheid. en: 26 Later zal de pleitbezorger, de heilige Geest die de Vader jullie namens mij zal zenden, jullie alles duidelijk maken en alles in herinnering brengen wat ik tegen jullie gezegd heb. (Johannes 14)

Hoe krijg ik liefde voor de ander? Is dat een kwestie van oefenen of jezelf wegcijferen? Alleen maar christenen zoeken die bij mij passen? Een leven lang een enorme strijd voeren tegen mezelf of de ander? Dan zal ik nooit aan die liefde toekomen. Dan houdt religie mij in de greep, terwijl de Bijbel zegt dat ik vrijgekocht ben van zonde:  17 Maar God zij gedankt: u was slaven van de zonde, maar nu gehoorzaamt u van ganser harte de leer waaraan u zich hebt toevertrouwd, 18 en bevrijd van de zonde hebt u zich in dienst gesteld van de gerechtigheid.  (Romeinen 6)
He, ik ben bevrijd van de zonde en mag zo leven, ik hoef me niet suf te werken om goed te zijn, ik mag leven als iemand die uit de doden is opgestaan, die leeft in dienst van God: . Denk aan uzelf als levenden die uit de dood zijn opgewekt en stel uzelf in dienst van God als een werktuig voor de gerechtigheid. (Romeinen 6 vers 13)
Hoe ziet God mij? Hoe kijkt Hij naar mij?  10 Werden we in de tijd dat we nog Gods vijanden waren al met hem verzoend door de dood van zijn Zoon, des te zekerder is het dat wij, nu we met hem zijn verzoend, worden gered door diens leven. 11 En meer nog, dat wij God prijzen danken we aan onze Heer Jezus Christus, door wie we nu al met God zijn verzoend. (Romeinen 5)

Geen vijand meer van God door de dood van Jezus Christus; dat het gebeurd is, is genade, dat ik het weet en geloof, is genade en vanuit die genade mag ik leven. Als het dan een beetje tot me door gaat dringen wat Jezus voor de mensen gedaan heeft en hoeveel God van je houdt, dan besef ik ineens dat ook ik naar de ander ga kijken zoals God naar mij kijkt. God ziet de ander ook zoals Hij mij ziet. Daar kan ik me dan op richten en zien wat God ziet; geen naar en onvolkomen mens, maar volkomen in Hem.

Genade bevrijdt ons en dat verandert onze houding, ook ten opzichte van de ander(e gelovige).

woensdag

Geloven zonder angst





 14 En we hebben zelf gezien waarvan we nu getuigen: dat de Vader zijn Zoon gezonden heeft als redder van de wereld. (1 Joh 1) 


De redding hangt niet af van ons gedrag, je hoeft dus niet iets te doen om je redding mogelijk te maken of in stand te houden. Zonde kan me niet meer veroordelen door het kruis van Christus. Door Zijn offer ben ik bevrijd en hoef ik niet meer te worstelen met veroordeling, schuldgevoelens en het gevoel dat het me weer niet gelukt is. De zekerheid hangt dus niet af van mijn gevoel, maar van wat God in Zijn woord zegt. 


God zit niet te kijken hoe het me steeds maar niet lukt om zondeloos te leven, door Jezus Christus rekent Hij me geen zonde meer aan, mijn redding staat vast:  ‘Gelukkig is de mens wiens onrecht is vergeven, wiens zonden zijn bedekt; gelukkig is de mens wiens zonden de Heer niet telt.’ (Romeinen 4) en:  Maar God bewees ons zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. Des te zekerder is het dus dat wij, nu we door zijn dood zijn vrijgesproken, dankzij hem zullen worden gered en niet veroordeeld.  (Romeinen 5)
Wat een rust geeft het om dat gewoon te geloven en te geloven dat Gods gedachten over mij van vrede zijn. Hij veroordeelt mij niet, maar ziet me als rechtvaardige in Christus. 

Ik mag vrij zijn van alle religieus moeten. Er moet niets meer. Ik hoef niet in het kerkelijk gareel te lopen.  Ik hoef me niet hulpeloos af te vragen wat ik voor God moet doen, maar mag blij zijn met wat Hij voor ons heeft gedaan. Dan kan Hij door mij laten zien wie Hij is. 
Klik voor meer

vrijdag

Gered, waarvan?


Twijfelen is in de christelijke traditie een taboe, heb ik gemerkt. Vragen stellen waar die twijfel uit blijkt is zo mogelijk nog dubieuzer. Ik heb dan ook geleerd in de loop van de jaren om mijn twijfels en vragen maar niet te stellen of zelf het antwoord op te zoeken. Je bent immers gered en hebt houvast aan de kerkelijke of evangelicale zekerheden. Daar kun je gewoon niet aan twijfelen. Dan twijfel je aan je redding. Dat is tevens mijn eerste vraag: Waar ben ik dan van gered?

Ik weet dat je het antwoord het beste kunt zoeken in de Bijbel. En gelukkig ben ik in het bezit van een laptop en een link naar de bijbel-online. Ik toets dan het woord redding in en zie tussen alle teksten met het woord redding DE tekst die me verteld waar ik van gered ben: Kolossenzen 1 vers 13:  Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon,..
Geweldig toch, ik hoor nu bij het rijk van Zijn Zoon Jezus. Gered van de MACHT van de duisternis. Ik ben dus in de vrijheid gesteld. 
Hoe heeft Hij dat gedaan is mijn volgende vraag. Het antwoord staat even verder:
Oorsprong is hij, eerstgeborene van de doden, om in alles de eerste te zijn:19 in hem heeft heel de volheid willen wonen20 en door hem en voor hem alles met zich willen verzoenen, alles op aarde en alles in de hemel, door vrede te brengen met zijn bloed aan het kruis.


Verzoenen? Vrede? Was er dan oorlog, was er vijandschap? Ja, vers 21 Eerst was u van hem vervreemd en was u hem in al het kwaad dat u deed vijandig gezind22 maar nu heeft hij u door de dood van zijn aardse lichaam met zich verzoend om u heilig, zuiver en onberispelijk bij zich te brengen.


ALLES? ...alles met zich willen verzoenen
            ...alles op aarde en
            ...alles in der hemel
            ... het evangelie dat u gehoord hebt en dat aan alle schepselen onder de hemel 
                verkondigd is, 

De verzoening vond dus plaats aan het kruis en op dat moment. 
En het geloof? Dat is een geschenk van God, niet iets van mezelf.
 Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; (Efeze 2)

dinsdag

Redding van de wereld

31 Want de Heer verwerpt niet voor eeuwig.
32 Als hij leed berokkent, ontfermt hij zich ook, zo groot is zijn genade;
33 slechts met tegenzin brengt hij leed en rampspoed over de mensen. (Kl 3)


Deze bijzondere tekst laat zien wie God is. Dat Hij niet uit is op vernietiging van de mens, maar op zijn behoud. Straffen is ook bij mensen nooit eindeloos, je straft een kind zodat het iets ervan zal leren. 
In Joh. 12 vers 47 zegt Jezus:  Ik ben immers niet gekomen om over de wereld te oordelen, maar om de wereld te redden.  
Johannes de doper zei, toen Hij Jezus zag: ‘Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt. De zonde van de wereld wegnemen en gekomen om de wereld te redden is een verzoeningsactie van God. Het gaat van God uit en is voor de wereld. Niet voor een paar exclusieve mensen, maar voor iedereen.
Het staat er heel vaak en ik heb er altijd overheen gelezen. Zo is Johannes 3 vers 16 ongeveer het bekendste bijbelvers en vergeet je wat er na komt in vers 17:  16 Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. 17 God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden.


Ik geloof, omdat ik gered ben.