woensdag

Leedvermaak



Als andere mensen iets meemaken hebben we vaak al snel ons oordeel klaar: Hij zal wel iets fout hebben  gedaan, anders was dit niet gebeurd. Ook christenen kunnen zo denken: Wat jou overkomt is een gebrek aan geloof; een gebrek aan gehoorzaamheid. God kan zeker niet verder met jou. 
Het lijkt er soms zelfs op dat ze blij zijn met het leed dat de ander overkomt, want het bevestigt hun manier van bijbellezen en interpreteren. Het maakt dat ze zichzelf beter gaan voelen. 


Ook in de Bijbel herken ik leedvermaak en opluchting als de ander iets overkomt.


Jona hoopte ook op de vernietiging van anderen. Als hij de opdracht van God krijgt om de mensen in Nineve te waarschuwen voor het oordeel van God over hun ten hemel schreiende gedrag, denkt Jona: Ik ga er van door, laat dat oordeel maar komen, ze hebben het er zelf naar gemaakt. Hij vlucht de andere richting op. Als God de boot waarmee hij vlucht door een storm bijna ten onder laat gaan, gaat hij nog een stap verder: hij laat zich door de zeelui overboord gooien. Hij weet dat hij dan zal verdrinken, maar in ieder geval krijgen die mensen uit Nineve dan hun welverdiende straf. 
Maar God is groter dan de Jona en weet hem te redden door een grote vis, die Hem na 3 dagen en nachten op het land spuugt. 
Dan gaat Jona naar Nineve en schreeuwt drie dagen lang dat Nineve over 40 dagen weggevaagd zal worden. Zo te horen interesseert het  Jona weinig. Maar de mensen in Nineve worden door de koning opgeroepen om God aan te roepen en een nieuw leven te gaan leiden:  Iedereen, mens en dier, moet zich hullen in een boetekleed en luidkeels God aanroepen. Laat iedereen anders gaan leven en breken met het onrecht dat hij doet. Misschien dat God van gedachten verandert en op zijn besluit terugkomt; wie weet zal hij zijn woede laten varen, zodat wij niet te gronde gaan.’  (Jona 3 vers 8 en 9)


Het opvallende is dat ze niet alleen aan God vragen het niet te doen, maar ook een ander leven gaan leiden en met het onrecht te breken. In dit gedeelte zie je ook wie God is: Toen God zag dat zij inderdaad anders begonnen te leven, kwam hij terug op wat hij gedreigd had hun aan te doen, en hij deed het niet. (Jona 3 vers 10)
Jona wordt hier woedend over, hij zat net lekker op een afstand om het spektakel van de verwoesting van al die mensen te gaan bekijken, hij verheugde zich er zo op, had al een kratje bier, zakken chips en pinda's ingekocht. Hij zat eerste rang! Dit wilde hij niet missen: de veroordeling van de ongelovigen!!


Maar hij is boos, want hij kent God:  Ik wist het wel: u bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid. (Jona 4 vers 1) Dit pleziertje gaat aan zijn neus voorbij, omdat God liefdevol is en tot vergeving bereid, ook voor de mensen uit Nineve!
Jona vindt het terecht dat hij zo boos is, maar God laat zien dat Hij van zijn schepping houdt: zou ik dan geen verdriet hebben om Nineve, die grote stad, waar meer dan honderdtwintigduizend mensen wonen die het verschil tussen links en rechts niet eens kennen, en dan nog al die dieren?’ (Jona 4 vers 11)


Ook Jezus laat zien dat Hij weet hoe de mens denkt en oordeelt over de ander: In de gelijkenis van de verloren zoon laat Jezus niet alleen de zorg van God zien over zoveel mensen die maar dwalen en doen wat ze zelf willen en Zijn zoeken naar het verlorene en blijdschap als Hij hem heeft gevonden:  Laten we eten en feestvieren, want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren. (Lucas 15 vers 23) 
Maar ook de woede en minachting van de broer die er altijd al was en meende te leven zoals zijn vader dat wilde: Hij zei tegen zijn vader: “Al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Maar nu die zoon van u is thuisgekomen die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.” 

Gods genade is openbaar geworden tot redding van alle mensen. (Titus 2 vers 11)





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen