vrijdag

Onder leiding van God

God als wereldmanager
God heeft alles in Zijn hand.
God leidt het hele wereldgebeuren.
Dat is niet wat iedereen gelooft.
Veel mensen geloven dat God het niet meer in de hand heeft, geen controle meer heeft over alles wat er gebeurt. Het lijkt erop dat Hij afstand heeft genomen van de wereld en de mensen. Het lijkt er soms op dat Hij geen enkele invloed meer uitoefent op mensen. Hen niet kan bereiken.
Ook in de kerken wordt er niet gesproken over God als de God die deze wereld niet alleen gemaakt heeft, maar ook alles regelt en leidt. Misschien heeft Hij nog enige invloed op degene die in Hem gelooft, maar dan houdt Zijn invloed ook wel op.

Vanuit dit geloof worden er vanuit de kerken ook verkeerde tegenstellingen gecreƫerd:
Hemel -- hel
Gelovigen -- ongelovigen
God -- satan
Gedoopten -- ongedoopten
Gelovigen met de heilige Geest -- gelovigen zonder de Heilige Geest
Dit wordt als stellige overtuiging vanuit de bijbel beweerd. Helaas heeft dit niet tot veel bekeringen geleid, maar eerder tot haat, achteruitzetting, discriminatie en religieus fanatisme.
Dit heeft weinig te maken met de liefde van God voor de wereld en nergens in de bijbel vind je enige reden om mensen op deze manier te verdelen. Wel geeft het angst en zullen mensen zich daardoor laten binden aan de religieuze groepen en gaan doen wat zij zeggen.

Toen ik de bijbel ging lezen zonder deze tegenstellingen in je hoofd, zonder alle traditionele "waarheden" dan ging ik zien dat de bijbel een heel ander beeld laat zien:
Gods liefde voor de mensen (Joh 3:16, 17)
Gods plan om de hele wereld te redden (1 Corinthe 15:22)
Gods gebruik van goed en kwaad (Jesaja 45:7)
Gods uiteindelijke doel met de wereld en de mensen: alles te zijn in allen.

2 opmerkingen:

  1. Hallo Els,

    Zeg je nu dat er geen tegenstelling is tussen God en satan?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. De satan is niet het tegenovergestelde van God, maar een schepsel van God, gemaakt zoals hij is: de duivel zondigt VAN DEN BEGINNE"
      1Johannes 3:8

      Verwijderen