woensdag

Geloven zonder angst





 14 En we hebben zelf gezien waarvan we nu getuigen: dat de Vader zijn Zoon gezonden heeft als redder van de wereld. (1 Joh 1) 


De redding hangt niet af van ons gedrag, je hoeft dus niet iets te doen om je redding mogelijk te maken of in stand te houden. Zonde kan me niet meer veroordelen door het kruis van Christus. Door Zijn offer ben ik bevrijd en hoef ik niet meer te worstelen met veroordeling, schuldgevoelens en het gevoel dat het me weer niet gelukt is. De zekerheid hangt dus niet af van mijn gevoel, maar van wat God in Zijn woord zegt. 


God zit niet te kijken hoe het me steeds maar niet lukt om zondeloos te leven, door Jezus Christus rekent Hij me geen zonde meer aan, mijn redding staat vast:  ‘Gelukkig is de mens wiens onrecht is vergeven, wiens zonden zijn bedekt; gelukkig is de mens wiens zonden de Heer niet telt.’ (Romeinen 4) en:  Maar God bewees ons zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. Des te zekerder is het dus dat wij, nu we door zijn dood zijn vrijgesproken, dankzij hem zullen worden gered en niet veroordeeld.  (Romeinen 5)
Wat een rust geeft het om dat gewoon te geloven en te geloven dat Gods gedachten over mij van vrede zijn. Hij veroordeelt mij niet, maar ziet me als rechtvaardige in Christus. 

Ik mag vrij zijn van alle religieus moeten. Er moet niets meer. Ik hoef niet in het kerkelijk gareel te lopen.  Ik hoef me niet hulpeloos af te vragen wat ik voor God moet doen, maar mag blij zijn met wat Hij voor ons heeft gedaan. Dan kan Hij door mij laten zien wie Hij is. 
Klik voor meer

vrijdag

Gered, waarvan?


Twijfelen is in de christelijke traditie een taboe, heb ik gemerkt. Vragen stellen waar die twijfel uit blijkt is zo mogelijk nog dubieuzer. Ik heb dan ook geleerd in de loop van de jaren om mijn twijfels en vragen maar niet te stellen of zelf het antwoord op te zoeken. Je bent immers gered en hebt houvast aan de kerkelijke of evangelicale zekerheden. Daar kun je gewoon niet aan twijfelen. Dan twijfel je aan je redding. Dat is tevens mijn eerste vraag: Waar ben ik dan van gered?

Ik weet dat je het antwoord het beste kunt zoeken in de Bijbel. En gelukkig ben ik in het bezit van een laptop en een link naar de bijbel-online. Ik toets dan het woord redding in en zie tussen alle teksten met het woord redding DE tekst die me verteld waar ik van gered ben: Kolossenzen 1 vers 13:  Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon,..
Geweldig toch, ik hoor nu bij het rijk van Zijn Zoon Jezus. Gered van de MACHT van de duisternis. Ik ben dus in de vrijheid gesteld. 
Hoe heeft Hij dat gedaan is mijn volgende vraag. Het antwoord staat even verder:
Oorsprong is hij, eerstgeborene van de doden, om in alles de eerste te zijn:19 in hem heeft heel de volheid willen wonen20 en door hem en voor hem alles met zich willen verzoenen, alles op aarde en alles in de hemel, door vrede te brengen met zijn bloed aan het kruis.


Verzoenen? Vrede? Was er dan oorlog, was er vijandschap? Ja, vers 21 Eerst was u van hem vervreemd en was u hem in al het kwaad dat u deed vijandig gezind22 maar nu heeft hij u door de dood van zijn aardse lichaam met zich verzoend om u heilig, zuiver en onberispelijk bij zich te brengen.


ALLES? ...alles met zich willen verzoenen
            ...alles op aarde en
            ...alles in der hemel
            ... het evangelie dat u gehoord hebt en dat aan alle schepselen onder de hemel 
                verkondigd is, 

De verzoening vond dus plaats aan het kruis en op dat moment. 
En het geloof? Dat is een geschenk van God, niet iets van mezelf.
 Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; (Efeze 2)

dinsdag

Redding van de wereld

31 Want de Heer verwerpt niet voor eeuwig.
32 Als hij leed berokkent, ontfermt hij zich ook, zo groot is zijn genade;
33 slechts met tegenzin brengt hij leed en rampspoed over de mensen. (Kl 3)


Deze bijzondere tekst laat zien wie God is. Dat Hij niet uit is op vernietiging van de mens, maar op zijn behoud. Straffen is ook bij mensen nooit eindeloos, je straft een kind zodat het iets ervan zal leren. 
In Joh. 12 vers 47 zegt Jezus:  Ik ben immers niet gekomen om over de wereld te oordelen, maar om de wereld te redden.  
Johannes de doper zei, toen Hij Jezus zag: ‘Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt. De zonde van de wereld wegnemen en gekomen om de wereld te redden is een verzoeningsactie van God. Het gaat van God uit en is voor de wereld. Niet voor een paar exclusieve mensen, maar voor iedereen.
Het staat er heel vaak en ik heb er altijd overheen gelezen. Zo is Johannes 3 vers 16 ongeveer het bekendste bijbelvers en vergeet je wat er na komt in vers 17:  16 Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. 17 God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden.


Ik geloof, omdat ik gered ben. 

vrijdag

Wie is die God?


Als Mozes en Aäron door God naar de Farao in Egypte gestuurd worden, krijgen ze te maken met boosheid, onbegrip en ongeloof. De Farao heeft het volk Israël in zijn macht en is niet van plan het volk te laten gaan. En laat zich ook niet gezeggen door de God van dit volk. Hij ontkent het bestaan van God niet, maar zegt: Wie is die Heer, dat ik Hem zou gehoorzamen? ...ik ken de Heer niet!  (Exodus 5 vers 2) Denk je echt dat jullie God in staat is om mij te laten gehoorzamen?
Ik zie en hoor het overal om me heen, niet eens de ontkenning van Zijn bestaan, maar de ontkenning van wie God de Heer is en men zegt dan: Hij is niet in staat om mij te laten doen wat Hij wil. Ik doe wat ik zelf wil.
Er komt een tijd dat ook de grootste ontkenner en tegenstander zijn knieën zal buigen voor God en zal erkennen dat Hij Heer is.

11 Want er staat geschreven:
(Zo waarachtig als) Ik leef, spreekt de Here: voor Mij zal alle knie zich buigen, en alle tong zal God loven. (Romeinen 14 vers 11)

10 opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, 11 en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God, de Vader! (Filippenzen 2 vers 10, 11)

23 Want Ik heb gezworen bij Mij zelf, waarheid is uit mijn mond uitgegaan, een woord dat niet zal worden herroepen: dat voor Mij elke knie zich zal buigen, dat bij Mij elke tong zal zweren. (Jesaja 45 vers 23)

Gods geschenk; redding en geloof



iedereen praat erover hoe wij door u zijn ontvangen en hoe u zich van de afgoden hebt afgewend om u tot God te keren – om hem, de levende en ware God, te dienen 10 en om zijn Zoon te verwachten uit de hemel: Jezus, die hij uit de dood heeft doen opstaan en die ons zal redden van het komende oordeel. 1 Thessalonicenzen 1
Op de Website Staat Geschreven wordt het volgende geschreven over deze tekst: Dan lees ik de tekst nog een keer en dan haal ik daar vier kernwoorden uit: gastvrijheid, trouw, dienstbaarheid en hoop. Als een gemeente daarin uitblinkt en niet alleen naar binnen, naar de eigen leden, maar vooral naar buiten gaat, dan wordt daarover gepraat. Dat kan niet anders. 
Het trof me, want dit is nu net waar ik zo vaak over denk en wat ik steeds terug vind als ik de bijbel lees. En zijn dit nu niet net de eigenschappen van God: gastvrij, trouw, dienstbaar en hoopgevend? En is dat het niet waar het in de bijbel steeds weer om gaat?
Hoe werkt dat dan en waarom voelt het zo moeilijk? Is het omdat ik liever iets voor mezelf doe dan voor God, moet ik er meer bij nadenken of juist helemaal niet?


In Efeze 2 staat:  Door zijn genade bent u nu immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God en geen gevolg van uw daden, dus niemand kan zich erop laten voorstaan. 10 Want hij heeft ons gemaakt tot wat wij nu zijn: in Christus Jezus geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God heeft voorbereid.


Alles is genade, als ik het zo lees, zelfs het geloof is een geschenk van God. Het geloof is dus niet de reden dat ik ben gered. Zowel de redding als het geloof komen van God. Dat is mooi, dan hoef ik dus niet keihard m'n best te doen de redding te bewerkstelligen of om het God naar de zin te maken. Ik kan dat niet eens. 
En die goede daden dan? Dan moet dat ook van God komen. 
Ik hoef dus geen goede werken voor God te doen, maar het gaat erom dat Gods werk in mij zichtbaar wordt. Dat God zichtbaar wordt in mijn leven. God kan iets moois van mijn leven maken tot eer van Hem. Dat is een opluchting en geeft rust. 

13 want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt.  Filippenzen 2

dinsdag

Mauro, vreemdeling in Nederland?


Mauro is tegen wil en dank het symbool geworden van jonge asielzoekers die als kind door hun familie op het vliegtuig zijn gezet naar Nederland. In de hoop op een beter leven voor hun kind. In ieder geval in zeker weten dat Nederland gebonden is aan de afspraak om kinderen onder de 18 te verzorgen.
De ouders hebben er waarschijnlijk niet bij stil gestaan wat dit afstand doen voor hun kind betekende: eenzaamheid, angst, zich afgedankt voelen en in de steek gelaten weten. 
 Nu hij 18 is wordt hij ineens als volwassen vluchteling behandeld en moet hij het land verlaten. Hij kent zijn moedertaal niet meer, is vervreemd van zijn familie of volksgenoten en helemaal Nederlands geworden. Nu is politiek niet mijn ding, maar ik trek me zijn lot wel aan. Vraag me dan ook af wat de Bijbel over deze dingen zegt: hoe ga je om met vreemdelingen, hoe behandel je hen en is het goed om voor hem in de bres te staan of hoeft zijn lot ons niet te interesseren?

In mijn zoektocht door de Bijbel kwam ik verschillende dingen tegen, heel bijzondere dingen. Israël kreeg zelfs verschillende wetten over hoe ze met de vreemdelingen in hun land om moesten gaan.

* Vreemdelingen moesten goed behandeld worden, net zo als je eigen broeder, geen onderscheid: Leviticus 19 34 Als een onder u geboren Israëliet zal u de vreemdeling gelden, die bij u vertoeft; gij zult hem liefhebben als uzelf, want gij zijt vreemdeling geweest in het land Egypte: Ik ben de HERE, uw God.

* Ook de Sabbath (dag van rust) was er voor de vreemdeling: Deuteronomium 5 14 maar de zevende dag is de sabbat van de HERE, uw God; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw rund, noch uw ezel, noch uw overige vee, noch de vreemdeling die in uw steden woont, opdat uw dienstknecht en uw dienstmaagd rusten zoals gij; 

.* Men moest rekening houden met de gemoedstoestand van de vreemdeling: Exodus 22 21 Een vreemdeling zult gij niet onderdrukken, noch hem benauwen, want gij zijt vreemdelingen geweest in het land Egypte. 
Exodus 23 De vreemdeling zult gij niet benauwen, want gij kent de gemoedsgesteldheid van de vreemdeling, omdat gij vreemdelingen zijt geweest in het land Egypte

* Men moest zorgen dat de vreemdeling te eten kreeg: Leviticus 23 22 Wanneer gij de oogst van uw land binnenhaalt, dan zult gij de rand van uw veld bij uw oogst niet geheel afmaaien, en wat van uw oogst is blijven liggen, zult gij niet oplezen; dat zult gij voor de arme en de vreemdeling laten liggen: Ik ben de HERE, uw God.

* Dezelfde rechten golden voor eigen volk en de vreemdeling: Exodus 12 49 Eénzelfde wet zal gelden voor de geboren Israëliet en voor de vreemdeling, die in uw midden vertoeft.
Leviticus 24 22 Enerlei recht zult gij hebben; de vreemdeling zij gelijk de geboren Israëliet, want Ik ben de HERE, uw God.
Numeri 15 15 wat de gemeente betreft, éénzelfde inzetting zal gelden zowel voor u als voor de vreemdeling die bij u vertoeft; een altoosdurende inzetting zal het zijn voor uw geslachten: gij en de vreemdeling zullen voor de HERE gelijk zijn.

In het evangelie naar Mattheüs, waar Jezus het oordeel over de volken beschrijft, wordt er gekeken naar de landen hoe ze met de medemens omgaan, wees, weduwe EN vreemdeling: Mattheüs 25  35 Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij gehuisvest, 36 naakt en gij hebt Mij gekleed, ziek en gij hebt Mij bezocht; Ik ben in de gevangenis geweest en gij zijt tot Mij gekomen.

Hoe moeten we met deze jongen (en vele anderen) omgaan? Hoe kijk ik naar hem? Hoe kijkt Jezus naar hem? Als ik de genoemde teksten lees en zie hoe zorgvuldig God met mensen omgaat dat Hij zelfs wetten heeft gegeven aan Israël zodat de vreemdeling bescherming zou genieten en dezelfde rechten zou hebben als Zijn volk, dan zie ik dat het hier heel anders gaat. 

zaterdag

Geloven en vertrouwen


Het Griekse woord "pistis" betekent onder anderen geloof, trouw, betrouwbaarheid. De basis van het geloof in God is wie Hij is. Hij is betrouwbaar, trouw, je kunt op Hem aan, je kunt zijn Woord voor waar houden en van zijn trouw en goedheid overtuigd zijn. 
Ten diepste is het geloof dat je je volledig aan God toevertrouwt, dat je  Hem op zijn Woord neemt en op zijn beloften vertrouwt. Geloof is een genadegift van God Zelf. In Efeze 2 vers 8 en 9:  Want door de genade zijn jullie geredden, door geloof en dat niet uit jullie zelf; het is het naderingsgeschenk van God, [Joh. 4:10] 
niet uit werken, opdat niemand zou roemen*[2Tim. 1:9] - [1Kor. 1:29] 

Gods interventie

  Gaat God ingrijpen in deze wereld?  Een aantal teksten lijken dit wel aan te tonen:                            Hij   Zelf zal de wereld oo...