woensdag

Opname of wederkomst?

 Het woord ‘opname’ komt nergens voor in het Nieuwe Testament. De gebeurtenis die gewoonlijk wordt aangeduid met ‘de opname’ is een voorval dat verband houdt met de persoonlijke terugkeer van Jezus Christus naar deze aarde. Als hij afdaalt van de hemel om persoonlijk aanwezig te zijn op deze planeet van ons, zal een groep mensen ‘weggevoerd worden de Here tegemoet in de lucht’ (I Thes. 4:17). Als het hele gedeelte aandachtig wordt gelezen, zal men ontdekken dat het gaat om een profetie over de Heer die uit de hemel afdaalt naar de aarde. Dat is het belangrijkste thema. Het is geen profetie over de Heer die halverwege de aarde komt om een ontmoeting te hebben met een gezelschap heiligen om hen terug te voeren naar de hemel. Ook zien we in dit verslag niets over de Heer die zich vanuit de hemel naar een of andere plaats in de lucht begeeft en dat zijn heiligen daar ook naar toe gaan voor een of andere vergadering met Hem.

Het is niet goed om een profetie die spreekt over de Heer die terugkeert naar de aarde te nemen en die zo te verdraaien dat het gaat over mensen die op weg gaan naar de hemel. Het gaat over de Heer die afdaalt uit de hemel met een geroep, met de stem van een aartsengel en met de bazuin van God. Dat is de vervulling van de grote belofte die door de engel is gedaan in Handelingen 1:11. En het gaat zonder enige twijfel over een andere gebeurtenis dan wat beschreven is in Mattheüs 12:18 21.



De grote gebeurtenis waarover Mattheüs 12:18 21 spreekt heeft te maken met de tweede komst van de Heilige Geest en met de goddelijke overname van de heerschappij over de aarde. In verband daarmee wordt geen geroep of geschreeuw gehoord en niemand wordt erdoor gekwetst, ten minste niet voordat Hij de overwinning heeft behaald door zijn oordelen uit te zenden. Hierin laat Hij zijn oordeel zien over de volken en de gevolgen zullen zijn dat de natiën hun vertrouwen stellen op Zijn Naam.

Bij de gebeurtenis waarover gesproken wordt in I Thessalonicenzen 4:15 17 is er wel een geroep. Zijn stem zal worden gehoord en sommige mensen zullen worden gekwetst door Zijn komst. II Thessalonicenzen 1:7 10 toont dat aan. Ten tijde van Zijn afdaling zal een gezelschap heiligen worden opgewekt uit de dood en een gezelschap van levende heiligen zal worden weggevoerd om de Heer tegemoet te gaan in de lucht. Zij gaan niet de lucht in om daar bij Hem te blijven. Zij gaan daarheen om Hem te ontmoeten wanneer Hij afdaalt naar de aarde.

Het is niet correct een detail te nemen dat te maken heeft met een grote gebeurtenis en van dat detail de gebeurtenis zelf te maken! Bovendien is het niet goed om dat detail te nemen en het door een periode van zeven of meer jaar te scheiden van de werkelijke gebeurtenis, zoals zovelen doen. Dit ‘wegvoeren’ heeft te maken met de ‘levenden, die achterbleven’ tot aan Zijn komst. Er is een programma voor Zijn parousia. Die kan ontdekt worden door alle plaatsen waar dit woord voorkomt na te gaan in Mattheüs 24:3,27,37 en 39. Het kan onmogelijk de eerste grote gebeurtenis zijn in Gods profetisch programma, ongeacht het grote aantal mensen dat scandeert: ‘eerst de opname.’ Zij kunnen Gods vastgestelde volgorde niet veranderen.

Otis Q. Sellers


Stichting Lachai-Roï (lachairoi.org)

De toekomst van de volken

 

Alle einden der aarde zullen het gedenken en zich tot de HERE bekeren; alle geslachten der volken zullen zich nederbuigen voor uw aangezicht. Want het koninkrijk is des HEREN, Hij is heerser over de volken (Ps. 22:28,29).


De natiën zullen zich verblijden en juichen,omdat U de volken rechtvaardig zult oordelen; de natiën op de aarde zult U leiden. Psalm 67:5


Ja, alle koningen zullen zich voor Hem neerbuigen,alle heidenvolken zullen Hem dienen. Psalm 67:11


De heidenvolken zullen de Naam van de HEERE vrezen,alle koningen van de aarde Uw heerlijkheid,
wanneer de HEERE Sion heeft opgebouwd,in Zijn heerlijkheid verschenen is. Psalm 102: 16, 17


Het geknakte riet zal Hij niet breken en de walmende vlaspit zal Hij niet doven, totdat Hij het oordeel uitvoert tot overwinning.
En op Zijn Naam zullen de heidenen hopen. Mattheus 12: 20, 21 Jes. 11:10Openb. 5:522:16De wortel van Isaï zal er zijn en Hij Die opstaat om heerschappij te voeren over de heidenen, op Hem zullen de heidenen hopen.
 

zondag

De dagen in de Bijbel

 


DE DAG DES MENSEN. Dat is de tijd waarin we nu leven, de tijd waarin de mens ongehinderd zijn gang kan gaan. Deze benaming vinden we in de oorspronkelijke taal van I Corinthe 4:3. Deze dag is begonnen toen Noach uit de ark kwam en de menselijke heerschappij op deze aarde werkelijkheid werd. Gedurende de dag des mensen wordt alle volken toegestaan te wandelen naar hun eigen wegen (Hand. 14:16). Het toppunt daarvan wordt bereikt in de huidige bedeling der genade, waarin alle straf op de zonde is uitgesteld en God voortgaat genadig te zijn ondanks alles wat de mens tegen Hem doet. De dag des mensen zal plotseling beëindigd worden als God de aarde door Zijn Geest binnenvalt, de heerschappij over alle mensen en alle volken overneemt en Zijn eigen regering op aarde vestigt. Zie Jesaja 59:19; Psalm 22:28,29; 67:5.

DE DAG VAN CHRISTUS. Deze benaming vinden we in Filippensen 2:16. Deze dag vangt aan met de onthulling van Jezus Christus en Zijn openbaarwording aan de wereld. Het is de dag waarop Hij Zijn gang gaat met de wereld en met alle mensen op aarde. Deze dat wordt bepaald door het feit dat de heerlijkheid van de Heer is geopenbaard en alle vlees dat gelijktijdig heeft waargenomen (Jes. 40:5). Het is de dag van het geopenbaarde koninkrijk van God. We hebben reden te geloven dat deze dag 700 jaar zal duren.

DE DAG DES HEREN. Dat is de dag die ‘komt als een dief in de nacht’ (I Thes. 5:2). Er is geen enkele gebeurtenis die het begin daarvan aankondigt. De grote verdrukking, de wederkomst van Jezus Christus, de lange periode van Zijn persoonlijke aanwezigheid, vinden alle plaats op deze dag. Deze duurt ten minste 1000 jaar. Elke gebeurtenis, zonder uitzondering, die voorzegd is in het boek Openbaring, vindt plaats in deze periode. Dit is niet het eerste dat gaat gebeuren en er is grote verwarring in de gedachten ontstaan omdat men gepoogd heeft deze dag eerder in de tijd te plaatsen.

DE DAG VAN GOD. Deze titel wordt gevonden in II Petrus 3:12. De waarheid hierover is in Openbaring 21 naar voren gebracht. Dit is de dag waarop het centrum van Gods activiteiten (Zijn tabernakel) bij de mensen zal zijn en Hij onder hen zal wonen. De planeet aarde zal dan een middelaarsplaneet worden in verband met Gods programma voor het hele universum.


De dag van Christus Deze benaming is gebruikt in Filippensen 1:6,10 en 2:16. De meeste commentatoren negeren het, omdat zij er geen ruimte hebben voor hebben in hun opvattingen over de komende dingen. De dag van Christus is een andere naam voor het Koninkrijk van God. Deze zal beginnen op de dag waarop God de heerschappij over de aarde en haar inwoners overneemt, wanneer de verachtelijke heerschappij van de mens aan zijn eind is gekomen en Gods regering begint. Dan zal er het koninschap van Yahweh zijn en Hij zal onder de volken heersen (Ps. 22:27-29). De dag van Christus is de dag van het zichtbare koningschap van God. Het zal de dag zijn waarop Christus gaat werken aan Israël, de volken en met de wereld. Het zal de dag zijn van Zijn heerschappij, verhoging en verheerlijking. Hij zal het heerlijke resultaat aanschouwen van Zijn dood, begrafenis en opstanding. ‘Om zijn moeitevol lijden zal hij het zien tot verzadiging toe’ (Jes. 53:11). Er is al over Hem gezegd: ‘Ik ben verheven onder de volken, verheven op de aarde’ (Ps. 46:11). ‘Zie, mijn knecht zal voorspoedig zijn, hij zal verhoogd, ja, ten hoogste verheven zijn’ (Jes. 52:13). De dag van Christus is de dag van Zijn onthulling (APOKALUPSIN), de dag van Zijn openbaring (EPIPHANEIA). Het is de dag waarop de heerlijkheid van de Heer aan alle vlees zal worden geopenbaard en alle vlees zal het zien in dezelfde mate en op dezelfde tijd (Jes. 40:5). Op die dag zullen wij, die nu in Hem geloven, het voorrecht hebben om de heerlijkheid van Zijn genade te prijzen, een taak waarvoor Hij ons begunstigt in de Geliefde (Ef. 1:6). 

De dag des Heren De dag des Heren volgt op de dag van Christus. Er is geen duidelijke

gebeurtenis bekendgemaakt waarmee het begin daarvan wordt gemarkeerd, aangezien die dag komt als een dief in de nacht (II Petr. 3:10). Het begint als God alle belemmeringen wegneemt die Hij de mensheid heeft opgelegd tijdens de periode van Zijn heerschapij. Hierdoor wordt een goddelijke test mogelijk van allen die hebben geleefd onder en genoten hebben van de zegeningen van het koninkrijk van God. Er zal een opstand van enkele mensen tegen het koninkrijk ontstaan. Dat wordt beschreven in Psalm 2. De ‘zonen des lichts’ zullen evenwel niet in de duisternis zijn, zodat die dag hen zou overvallen als een dief (I Thes. 5:2-5). In deze lange periode vinden we de laatste week van Israëls zeventig weken (van zeven jaar) zoals geprofeteerd door Daniël. De volledige openbaring vinden we in de tweede komst van de Here Jezus. Het omvat de volledige 1.000 jaar van Zijn parousia, de ‘korte tijd’ die op de parousia volgt en de tijd van oordeel voor de grote witte troon. 

Het gehele boek Openbaring, met uitzondering van de eerste negen verzen en de laatste twee hoofdstukken, heeft betrekking op de dag des Heren; het gaat over gebeurtenissen die zullen plaatsvinden op die dag. Geen woord hiervan heeft ook maar iets te maken met wat zich voordoet in de bedeling waarin wij nu leven, de bedeling van genade; het heeft ook geen betrekking op de volgende bedeling, het koninkrijk van God. 

De dag des Heren in het Nieuwe Testament is eigenlijk de dag van Yahweh. Dat moet niet worden verward met andere ‘dagen van de Heer’ die genoemd worden in het Oude Testament. Petrus heeft dit onderscheid duidelijk gemaakt toen hij erover sprak als ‘de grote en doorluchtige dag des Heren’ (Hand. 2:20). Het woord ‘doorluchtige’ is hier EPIPHANS, waarvan Robert Young als defnitie geeft: ‘duidelijk zichtbaar,’ maar wat ik zou definieren met de aanduiding ‘krachtig schijnen.’ Maleachi benadrukte dit onderscheid toen hij deze dag ‘de grote en geduchte dag des HEREN’ noemde (Mal. 4:5). Het maakt absoluut deel uit van het ‘recht snijden van het Woord der waarheid’ deze dagen niet met elkaar te verwarren. Deze uitdrukking moet nog diepgaand worden onderzocht. Op de dag des Heren zullen ‘de hemelen met een gedruis voorbijgaan, en de elementen zullen branden en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin zijn, zullen verbranden’ (II Petr. 3:10, St.Vert.). Dat is het proces waarmee God alle dingen nieuw zal maken en waarmee Hij de weg bereidt voor de volgende grote dag.


De dag van God Petrus heeft in zijn tweede brief, het derde hoofdstuk in de verzen 12 en 13 over deze dag gesproken. Een meer exacte vertaling luidt: ‘hopend op en spoedend naar de werkelijke aanwezigheid (parousia) van de dag van God, om welke de hemelen, in brand staande, opgelost zullen worden en de elementen zullen worden ontbonden met felle hitte. Toch, hopen wij, in overeenstemming met Zijn beloften, op nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waarin gerechtigheid woont.’ Ik beweer niet dat ik op dit moment volkomen begrijp wat met deze woorden bedoeld wordt, maar ik ben er zeker van dat we alles volledig zullen begrijpen als we de school van Gods koninkrijk en de duizend jaar van Zijn persoonlijke aanwezigheid eenmaal hebben doorlopen. Openbaring 21:1 en 22:7 vertellen ons alles wat we kunnen weten over de dag van God. Daar ontdekken we dat het de dag is waarop de tabernakel van God bij de mensen zal zijn. Het woord dat hier voor tabernakel is gebruikt, is SKN dat duidt op het middelpunt van activiteit, een hoofdkwartier. Nooit meer zullen mensen zeggen: ‘onze Vader die in de hemelen zijt,’ want het middelpunt van Zijn activiteiten zal zijn verplaatst naar de aarde. Als deze planeet nieuw is gemaakt, zal hij een middelaarsplaneet zijn voor de rest van het universum.

De dag van God is de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde. Het is een nieuwe wereld, een geheel nieuwe orde die zover afstaat van alles wat wij ooit hebben meegemaakt of kennen, dat we geen kader hebben om het te kunnen bevatten. God heeft niet geprobeerd ons te vertellen hoe het zal zijn. Ik ben ervan overtuigd dat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en dat in geen mensenhart is opgekomen, wat voor heerlijke omstandigheden God heeft bereid voor degenen die Hem liefhebben. Met het oog hierop waag ik me niet aan speculaties hierover. Het enige wat ik zeker weet, is dat het zal komen.


UIt: Lachairoi . org

maandag

Vertrouwen op God

                   


    U echter, HEERE, bent een schild voor mij,

mijn eer; U heft mijn hoofd omhoog.

    Met mijn stem riep ik tot de HEERE,

en Hij verhoorde mij vanaf Zijn heilige berg.

Psalm 3

Toen zei David tegen al zijn dienaren die bij hem in Jeruzalem waren: Maak u gereed en laten wij vluchten, want er is voor ons geen ontkomen aan Absalom. Ga snel, anders zal hij ons spoedig inhalen, onheil over ons brengen en deze stad met de scherpte van het zwaard slaan..

2 Samuël 15


Als David hoort dat zijn zoon Absalom een complot heeft beraamd om hem van de troon te stoten en zelf koning te worden, zegt hij tegen zijn hovelingen: Kom we moeten snel vluchten. Als hij ons hier overvalt wordt het een bloedbad en is het met ons gedaan.

David neemt dus maatregelen. Vertrouwt hij niet op God?

Wel degelijk.Terwijl hij vlucht zegt hij: God, U bent een schild, ik kan rustig slapen, ik ben niet bang. Psalm 3.

En waar begint deze psalm mee: Een psalm van David, op de vlucht voor zijn zoon Absalom.


Wat doen wij als we merken dat er gevaar dreigt of complotten tegen ons gesmeed worden?

Blijven we zitten of nemen we maatregelen, terwijl we op God vertrouwen?

Ik denk dat beide tegelijk kunnen.

dinsdag

Wat goed is



Micha 6:8
Hij heeft je bekendgemaakt, o mens, wat goed is, en wat de HEERE van je vraagt, is recht te doen, trouwe vriendschap te koesteren en ootmoedig te wandelen met je GOD!”

Zware tijden


 

Deze laatste dagen worden gekenmerkt als ‘zware tijden,’ een uitdrukking die betekent, als we het Grieks in overweging nemen, perioden van kwaadaardig geweld. Vervolgens wordt ons gezegd wat de meest in het oog lopende sociale kenmerken van de mensen zullen zijn. Er worden negentien opgesomd waarmee wij een weergave hebben van zich gelijktijdig voordoende situaties die ons een aanwijzing geven of we wel of niet in de laatste dagen van deze bedeling leven.

‘Zelfzuchtig.’ Statenvertaling: ‘liefhebbers van zichzelf.’ Dat is een nauwkeurige vertaling. Het betekent precies wat er gezegd wordt. ‘Geldgierig.’ Dat betekent: liefhebbers van geld. ‘Pochers.’ Dat betekent pretentieuze, lege huichelaars. ‘Vermetel.’ Statenvertaling: ‘trots.’ Dat betekent precies wat het zegt. ‘Kwaadsprekers.’ Hier worden mensen bedoeld die een ander zwart maken, hoewel ook termen als kwaadwilligen, lasteraars, smaders en valse beschuldigers als vertaling voor dit woord kunnen worden gebruikt. Het heeft te maken met mensen die kwaad spreken van een ander met de bedoeling hem te kwetsen, zonder rekening te houden met de waarheid. ‘Aan hun ouders ongehoorzaam,’ duidt op koppigheid en gebrek aan respect tegenover ouders. ‘Ondankbaar.’ Dit betekent gebrek aan dankbaarheid, in het bijzonder tegenover God. ‘Onheilig.’ Dat is een heel zwakke vertaling. Het Griekse woord betekent onvriendelijk, kwaadwillig, geneigd om schade te berokkenen, om lijden en leed te veroorzaken.

‘Liefdeloos.’ Dit woord betekent gevoelloos. ‘Trouweloos.’ Een foutieve vertaling. Het Griekse woord betekent onvermurwbaar en het gaat over mensen aan wier eisen nooit kan worden voldaan. ‘Lasteraars,’ dat zijn kwaadsprekers. ‘Onmatig.’ Dat betekent onbeheersbaar en onbestuurbaar. ‘Onhandelbaar.’ Statenvertaling: ‘wreed.’ Een goede vertaling, hoewel meedogenloos, onmenselijk of gemeen ook zouden kunnen. ‘Afkerig van het goede.’ Dit duidt erop dat zij liefhebbers zijn van wat kwaad is en van hen die kwaad zijn.

‘Verraderlijk.’ Dit Griekse woord is gebruikt voor Judas Iskariot in Lucas 6:16. ‘Roekeloos.’ Dit woord betekent onbezonnen. ‘Opgeblazen.’ Dit zou verwaand moeten zijn, het onvermogen om een eerlijk oordeel over zichzelf te hebben. ‘Liefde voor genot.’ Een goede vertaling. ‘Met een schijn van godsvrucht.’ of met een schijn van godsdienst.’ Kijk uit naar bewijzen van deze dingen als u het nieuws hoort of leest.

UIt: Lachairoi . org

Het centrale thema: het Koninkrijk van God

 


Het volk leefde in die verwachting (Luc. 3:15), zodat, toen de Here Jezus verscheen en sprak over ‘het koninkrijk der Hemelen is nabijgekomen’ (Matt. 4:17), of ‘het Koninkrijk Gods is nabijgekomen’ (Mar. 1:15), Hij deze uitdrukkingen niet hoefde uit te leggen. Ze wisten allemaal dat Hij sprak over een tijd van goddelijke heerschappij op aarde, waarvan al de profeten hadden gesproken.

De Bijbelse waarheid van het koninkrijk van God als een tijd van goddelijke heerschappij op deze aarde is bijna geheel verdwenen uit de kerkelijke theologie.

De grote aioon van het koninkrijk wordt nog steeds in belangrijke mate genegeerd door de Bijbeluitleggers van tegenwoordig. Al Gods kostbare beloften die hierop betrekking hebben zijn in de duizend jaar van de persoonlijke aanwezigheid van Christus geperst. 

Het koninkrijk van God is waarlijk het grote centrale thema van de hele Schrift. 

Opname of wederkomst?

  Het woord ‘opname’ komt nergens voor in het Nieuwe Testament. De gebeurtenis die gewoonlijk wordt aangeduid met ‘de opname’ is een voorval...