vrijdag

Gods geschenk; redding en geloof



iedereen praat erover hoe wij door u zijn ontvangen en hoe u zich van de afgoden hebt afgewend om u tot God te keren – om hem, de levende en ware God, te dienen 10 en om zijn Zoon te verwachten uit de hemel: Jezus, die hij uit de dood heeft doen opstaan en die ons zal redden van het komende oordeel. 1 Thessalonicenzen 1
Op de Website Staat Geschreven wordt het volgende geschreven over deze tekst: Dan lees ik de tekst nog een keer en dan haal ik daar vier kernwoorden uit: gastvrijheid, trouw, dienstbaarheid en hoop. Als een gemeente daarin uitblinkt en niet alleen naar binnen, naar de eigen leden, maar vooral naar buiten gaat, dan wordt daarover gepraat. Dat kan niet anders. 
Het trof me, want dit is nu net waar ik zo vaak over denk en wat ik steeds terug vind als ik de bijbel lees. En zijn dit nu niet net de eigenschappen van God: gastvrij, trouw, dienstbaar en hoopgevend? En is dat het niet waar het in de bijbel steeds weer om gaat?
Hoe werkt dat dan en waarom voelt het zo moeilijk? Is het omdat ik liever iets voor mezelf doe dan voor God, moet ik er meer bij nadenken of juist helemaal niet?


In Efeze 2 staat:  Door zijn genade bent u nu immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God en geen gevolg van uw daden, dus niemand kan zich erop laten voorstaan. 10 Want hij heeft ons gemaakt tot wat wij nu zijn: in Christus Jezus geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God heeft voorbereid.


Alles is genade, als ik het zo lees, zelfs het geloof is een geschenk van God. Het geloof is dus niet de reden dat ik ben gered. Zowel de redding als het geloof komen van God. Dat is mooi, dan hoef ik dus niet keihard m'n best te doen de redding te bewerkstelligen of om het God naar de zin te maken. Ik kan dat niet eens. 
En die goede daden dan? Dan moet dat ook van God komen. 
Ik hoef dus geen goede werken voor God te doen, maar het gaat erom dat Gods werk in mij zichtbaar wordt. Dat God zichtbaar wordt in mijn leven. God kan iets moois van mijn leven maken tot eer van Hem. Dat is een opluchting en geeft rust. 

13 want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt.  Filippenzen 2

dinsdag

Mauro, vreemdeling in Nederland?


Mauro is tegen wil en dank het symbool geworden van jonge asielzoekers die als kind door hun familie op het vliegtuig zijn gezet naar Nederland. In de hoop op een beter leven voor hun kind. In ieder geval in zeker weten dat Nederland gebonden is aan de afspraak om kinderen onder de 18 te verzorgen.
De ouders hebben er waarschijnlijk niet bij stil gestaan wat dit afstand doen voor hun kind betekende: eenzaamheid, angst, zich afgedankt voelen en in de steek gelaten weten. 
 Nu hij 18 is wordt hij ineens als volwassen vluchteling behandeld en moet hij het land verlaten. Hij kent zijn moedertaal niet meer, is vervreemd van zijn familie of volksgenoten en helemaal Nederlands geworden. Nu is politiek niet mijn ding, maar ik trek me zijn lot wel aan. Vraag me dan ook af wat de Bijbel over deze dingen zegt: hoe ga je om met vreemdelingen, hoe behandel je hen en is het goed om voor hem in de bres te staan of hoeft zijn lot ons niet te interesseren?

In mijn zoektocht door de Bijbel kwam ik verschillende dingen tegen, heel bijzondere dingen. Israël kreeg zelfs verschillende wetten over hoe ze met de vreemdelingen in hun land om moesten gaan.

* Vreemdelingen moesten goed behandeld worden, net zo als je eigen broeder, geen onderscheid: Leviticus 19 34 Als een onder u geboren Israëliet zal u de vreemdeling gelden, die bij u vertoeft; gij zult hem liefhebben als uzelf, want gij zijt vreemdeling geweest in het land Egypte: Ik ben de HERE, uw God.

* Ook de Sabbath (dag van rust) was er voor de vreemdeling: Deuteronomium 5 14 maar de zevende dag is de sabbat van de HERE, uw God; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw rund, noch uw ezel, noch uw overige vee, noch de vreemdeling die in uw steden woont, opdat uw dienstknecht en uw dienstmaagd rusten zoals gij; 

.* Men moest rekening houden met de gemoedstoestand van de vreemdeling: Exodus 22 21 Een vreemdeling zult gij niet onderdrukken, noch hem benauwen, want gij zijt vreemdelingen geweest in het land Egypte. 
Exodus 23 De vreemdeling zult gij niet benauwen, want gij kent de gemoedsgesteldheid van de vreemdeling, omdat gij vreemdelingen zijt geweest in het land Egypte

* Men moest zorgen dat de vreemdeling te eten kreeg: Leviticus 23 22 Wanneer gij de oogst van uw land binnenhaalt, dan zult gij de rand van uw veld bij uw oogst niet geheel afmaaien, en wat van uw oogst is blijven liggen, zult gij niet oplezen; dat zult gij voor de arme en de vreemdeling laten liggen: Ik ben de HERE, uw God.

* Dezelfde rechten golden voor eigen volk en de vreemdeling: Exodus 12 49 Eénzelfde wet zal gelden voor de geboren Israëliet en voor de vreemdeling, die in uw midden vertoeft.
Leviticus 24 22 Enerlei recht zult gij hebben; de vreemdeling zij gelijk de geboren Israëliet, want Ik ben de HERE, uw God.
Numeri 15 15 wat de gemeente betreft, éénzelfde inzetting zal gelden zowel voor u als voor de vreemdeling die bij u vertoeft; een altoosdurende inzetting zal het zijn voor uw geslachten: gij en de vreemdeling zullen voor de HERE gelijk zijn.

In het evangelie naar Mattheüs, waar Jezus het oordeel over de volken beschrijft, wordt er gekeken naar de landen hoe ze met de medemens omgaan, wees, weduwe EN vreemdeling: Mattheüs 25  35 Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij gehuisvest, 36 naakt en gij hebt Mij gekleed, ziek en gij hebt Mij bezocht; Ik ben in de gevangenis geweest en gij zijt tot Mij gekomen.

Hoe moeten we met deze jongen (en vele anderen) omgaan? Hoe kijk ik naar hem? Hoe kijkt Jezus naar hem? Als ik de genoemde teksten lees en zie hoe zorgvuldig God met mensen omgaat dat Hij zelfs wetten heeft gegeven aan Israël zodat de vreemdeling bescherming zou genieten en dezelfde rechten zou hebben als Zijn volk, dan zie ik dat het hier heel anders gaat. 

zaterdag

Geloven en vertrouwen


Het Griekse woord "pistis" betekent onder anderen geloof, trouw, betrouwbaarheid. De basis van het geloof in God is wie Hij is. Hij is betrouwbaar, trouw, je kunt op Hem aan, je kunt zijn Woord voor waar houden en van zijn trouw en goedheid overtuigd zijn. 
Ten diepste is het geloof dat je je volledig aan God toevertrouwt, dat je  Hem op zijn Woord neemt en op zijn beloften vertrouwt. Geloof is een genadegift van God Zelf. In Efeze 2 vers 8 en 9:  Want door de genade zijn jullie geredden, door geloof en dat niet uit jullie zelf; het is het naderingsgeschenk van God, [Joh. 4:10] 
niet uit werken, opdat niemand zou roemen*[2Tim. 1:9] - [1Kor. 1:29] 

woensdag

Leedvermaak



Als andere mensen iets meemaken hebben we vaak al snel ons oordeel klaar: Hij zal wel iets fout hebben  gedaan, anders was dit niet gebeurd. Ook christenen kunnen zo denken: Wat jou overkomt is een gebrek aan geloof; een gebrek aan gehoorzaamheid. God kan zeker niet verder met jou. 
Het lijkt er soms zelfs op dat ze blij zijn met het leed dat de ander overkomt, want het bevestigt hun manier van bijbellezen en interpreteren. Het maakt dat ze zichzelf beter gaan voelen. 


Ook in de Bijbel herken ik leedvermaak en opluchting als de ander iets overkomt.


Jona hoopte ook op de vernietiging van anderen. Als hij de opdracht van God krijgt om de mensen in Nineve te waarschuwen voor het oordeel van God over hun ten hemel schreiende gedrag, denkt Jona: Ik ga er van door, laat dat oordeel maar komen, ze hebben het er zelf naar gemaakt. Hij vlucht de andere richting op. Als God de boot waarmee hij vlucht door een storm bijna ten onder laat gaan, gaat hij nog een stap verder: hij laat zich door de zeelui overboord gooien. Hij weet dat hij dan zal verdrinken, maar in ieder geval krijgen die mensen uit Nineve dan hun welverdiende straf. 
Maar God is groter dan de Jona en weet hem te redden door een grote vis, die Hem na 3 dagen en nachten op het land spuugt. 
Dan gaat Jona naar Nineve en schreeuwt drie dagen lang dat Nineve over 40 dagen weggevaagd zal worden. Zo te horen interesseert het  Jona weinig. Maar de mensen in Nineve worden door de koning opgeroepen om God aan te roepen en een nieuw leven te gaan leiden:  Iedereen, mens en dier, moet zich hullen in een boetekleed en luidkeels God aanroepen. Laat iedereen anders gaan leven en breken met het onrecht dat hij doet. Misschien dat God van gedachten verandert en op zijn besluit terugkomt; wie weet zal hij zijn woede laten varen, zodat wij niet te gronde gaan.’  (Jona 3 vers 8 en 9)


Het opvallende is dat ze niet alleen aan God vragen het niet te doen, maar ook een ander leven gaan leiden en met het onrecht te breken. In dit gedeelte zie je ook wie God is: Toen God zag dat zij inderdaad anders begonnen te leven, kwam hij terug op wat hij gedreigd had hun aan te doen, en hij deed het niet. (Jona 3 vers 10)
Jona wordt hier woedend over, hij zat net lekker op een afstand om het spektakel van de verwoesting van al die mensen te gaan bekijken, hij verheugde zich er zo op, had al een kratje bier, zakken chips en pinda's ingekocht. Hij zat eerste rang! Dit wilde hij niet missen: de veroordeling van de ongelovigen!!


Maar hij is boos, want hij kent God:  Ik wist het wel: u bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid. (Jona 4 vers 1) Dit pleziertje gaat aan zijn neus voorbij, omdat God liefdevol is en tot vergeving bereid, ook voor de mensen uit Nineve!
Jona vindt het terecht dat hij zo boos is, maar God laat zien dat Hij van zijn schepping houdt: zou ik dan geen verdriet hebben om Nineve, die grote stad, waar meer dan honderdtwintigduizend mensen wonen die het verschil tussen links en rechts niet eens kennen, en dan nog al die dieren?’ (Jona 4 vers 11)


Ook Jezus laat zien dat Hij weet hoe de mens denkt en oordeelt over de ander: In de gelijkenis van de verloren zoon laat Jezus niet alleen de zorg van God zien over zoveel mensen die maar dwalen en doen wat ze zelf willen en Zijn zoeken naar het verlorene en blijdschap als Hij hem heeft gevonden:  Laten we eten en feestvieren, want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren. (Lucas 15 vers 23) 
Maar ook de woede en minachting van de broer die er altijd al was en meende te leven zoals zijn vader dat wilde: Hij zei tegen zijn vader: “Al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Maar nu die zoon van u is thuisgekomen die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.” 

Gods genade is openbaar geworden tot redding van alle mensen. (Titus 2 vers 11)





vrijdag

Crack O' Dawn Report: Eternal Torment Believers Are Nuts




31 Want de Heer verwerpt niet voor eeuwig.
32 Als hij leed berokkent, ontfermt hij zich ook, zo groot is zijn genade;
33 slechts met tegenzin brengt hij leed en rampspoed over de mensen.
Klaagliederen 3

donderdag

Brandhout voor de hel?



Brandhout voor de hel, ik hoor het de voorganger nog zeggen: kinderen die in geloof zijn opgevoed en later de Heer de rug toe keren zijn brandhout voor de hel. Ik weet nog waar ik zat, mijn mond openviel van verbijstering en ongeloof. Ik had hem willen tegenspreken, maar er gebeurde niets. Ik wenste dat de bliksem insloeg in het schoolgebouw waar we zaten, maar er gebeurde niets. Dit werd gezegd in een Evangelische Gemeente, waar men ook preekte over de liefde van God voor zondaren. Ik begreep er niets van en het gaf me weinig hoop. Zelf hadden we de kinderen nog onder de 10 jaar, maar ik ben realistisch genoeg om te erkennen dat kinderen hun eigen weg kunnen gaan en God de rug kunnen toekeren. Niet lang na deze onheilsprediker moesten we de gemeente verlaten om een andere reden. 

Een aantal jaren later bezoeken we in een Evangelisch centrum een Gezinsweekend. Met een groot pleeggezin leek het ons heerlijk om naar zo'n weekend te gaan. Dat was het ook. Veel gesprekken met andere ouders gehad, samen gezongen en geluisterd naar de weekendleider. De studie ging over geloofsoverdracht, een wat ouderwets woord, maar actueel genoeg met al die kinderen. Ook hij zei iets wat me schokte:...en als je kinderen de Heer niet aanvaarden als hun Verlosser is dat de schuld van jullie, de ouders....( en dat ze dan dus brandhout  voor de hel zijn,,,de schuld van de ouders...)
Ook die zin kwam hard binnen, ik hoorde iemand luid schrikken. Iedereen keek verbijsterd. Iemand vroeg of hij het misschien verkeerd begrepen had: Je bedoelde toch niet dat ouders de schuldige zijn van het ongeloof van hun kind? Dat bedoelde hij wel. De stemming daalde naar een soort vrieskou. Niemand lachte meer. De avond ervoor was gezellig geëindigd met drinken en wat lekkers, maar nu scheen iedereen naar hun kamer te willen. Ik keek de vrouw aan die overdag het kinderwerk deed met vol enthousiasme. Die middag had ze me verdrietig verteld dat ze twee kinderen had die niets meer met God te maken wilden hebben. Nu had een onheilsprofeet keihard beweerd dat dat haar schuld was. Ze zat in tranen. De volgende morgen hoorden we dat zij en haar man naar huis waren gegaan, ze had zware migraine. Geen wonder!
Hoe hard kunnen sommige mensen die het denken te weten zijn.
Ook dit moment staat in mijn herinnering gegrift en elke keer als ik de naam van deze man hoor of lees dan hoor ik het hem weer zeggen. Toch had hij ook heel veel goede dingen gezegd, maar die weet ik niet meer. 

Gek dat de Bijbel het nergens heeft over eeuwig branden in de hel. Het woord hel komt niet eens voor in de Bijbel. Alleen de woorden Gehenna en Hades. 
Gehenna is een vallei aan de Zuidwest kant van Jeruzalem, waar de Joden een vuilnisplaats van hadden gemaakt. Het is niet eens groot, maar ongeveer 750 bij 60 meter. 
Het tweede woord is Hades en betekent dodenrijk, ongeziene. Gewoon het graf dus. 



Ook het idee dat een mens verantwoordelijk is voor de redding van een ander mens kom ik in de Bijbel niet tegen. Het klinkt zelfs arrogant. Ik lees dat de mens verloren is en dat God die mens zoekt tot Hij hem gevonden heeft. Lukas 15 vers 4:  ‘Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft? En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders en gaat hij naar huis.  

Romeinen 11 vers 32:  32 Want God heeft ieder mens uitgeleverd aan de ongehoorzaamheid, opdat hij voor ieder mens barmhartig kan zijn.

zaterdag

Genade en redding voor alle mensen



 22 Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt. (1 Korinthiërs 15 vers 22)


 18 Kortom, zoals de overtreding van één enkel mens ertoe heeft geleid dat allen werden veroordeeld, zo zal de rechtvaardigheid van één enkel mens ertoe leiden dat allen worden vrijgesproken en daardoor zullen leven.  (Romeinen 5 vers 18)


 10 Hiervoor zwoegen en strijden wij, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die de redder is van alle mensen, bovenal van de gelovigen. (1Timotheüs 4 vers 10)


 Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, 10 opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde,11 en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader. (Filippenzen 2 vers 10, 11)



Gods interventie

  Gaat God ingrijpen in deze wereld?  Een aantal teksten lijken dit wel aan te tonen:                            Hij   Zelf zal de wereld oo...